Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
equality of armsnu door de aanzienlijke verstrijking van tijd de waarheidsvinding is bemoeilijkt en de verdachte bijvoorbeeld geen getuigen meer (op zinvolle wijze) kan horen of camerabeelden kan opvragen om zijn lezing te bevestigen. Het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) is daarmee geschonden.
cold-caseverkrachting op 22 juni 2000 te [plaats 1] , te weten met het destijds aangetroffen spermaspoor op het cervixuitstrijkje van [benadeelde] .
equality of arms-verweer oordeelt het hof dat de politie voortvarend heeft gehandeld in de zaak van de verdachte, zodra hij door de DNA-match in beeld kwam.
equality of arms.De stelling van de verdediging dat de politie in 2000 de verdachte en de getuigen gemakkelijk had kunnen vinden vanwege het signalement van de verdachte, onderschrijft het hof niet. Dit maakt dat naar het oordeel van het hof het
equality of armsbeginsel niet is geschonden.
Het vonnis
Tenlastelegging
Bewijsmiddelen
Bewijsoverweging
cold-caseteam op 19 januari 2021, waarin men haar over de DNA-match informeert, sterkt de betrouwbaarheid van de door haar in 2000 gedane aangifte. Ook bij de raadsheer-commissaris verklaart aangeefster in de kern consistent en geëmotioneerd.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en maatregel
cold-casekarakter van deze zaak, en het overlijden van het slachtoffer op 7 november 2025, geen aanleiding ziet tot strafvermindering. De strafdoelen vergelding en (generale) preventie zijn, bij ernstige feiten als het onderhavige, mede gelet op de maatschappelijke onrust die onopgeloste zaken nog jarenlang kunnen veroorzaken, nog onverkort aan de orde.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]
Wetsartikelen
BESLISSING
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
gevangenisstrafvoor de duur van
27 (zevenentwintig) maanden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
€ 7.000,00 (zevenduizend euro) ter zake van immateriële schade.