De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor verkrachting van zijn ex-partner in haar woning, waarbij hij zonder toestemming en met geweld seksueel binnendrong met zijn vinger. Dit gebeurde terwijl de minderjarige kinderen van partijen aanwezig waren, wat de ernst van het feit vergrootte.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Gelderland, maar wijzigde de strafoplegging. De gevangenisstraf werd vastgesteld op 17 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast legde het hof een contact- en locatieverbod op, waarbij indirect contact alleen via een hulpverlenende instantie is toegestaan voor communicatie over de kinderen.
De redelijke termijn voor de behandeling van het hoger beroep was met ruim 10 maanden overschreden, wat het hof verdisconteerde in de strafoplegging. De verdachte toonde geen verantwoordelijkheid en er was geen recente recidive. De reclassering zag geen mogelijkheden voor interventies vanwege ontkenning door de verdachte.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd deels toegewezen. Het hof kende € 3.000,- smartengeld toe, gebaseerd op de Rotterdamse schaal en vergelijkbare jurisprudentie. De wettelijke rente werd vastgesteld vanaf de datum van het schadebrengende feit, 16 februari 2022.
Het contact- en locatieverbod werd niet dadelijk uitvoerbaar verklaard vanwege het tijdsverloop en het ontbreken van recent contact. Het vonnis werd verder bevestigd, met aftrek van het voorarrest en oplegging van bijzondere voorwaarden tijdens de proeftijd.