In hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter heeft het hof de ontruimingsvordering van Stichting GGZ Centraal tegen [appellante], die een bungalow op het zorgpark heeft gekraakt, toegewezen. De voorzieningenrechter had ontruiming binnen drie weken bevolen, maar het hof verlengt deze termijn tot 1 juni 2026.
Het zorgpark huisvest kwetsbare GGZ-patiënten en wordt herontwikkeld, waarbij de gekraakte bungalows gesloopt zullen worden. GGZ voert aan dat zij de regie over bewoning wil behouden en dat ontruiming noodzakelijk is vanwege de veiligheid, rust en het dreigende energietekort door nieuwbouw zonder gasaansluiting.
Het hof weegt het belang van GGZ om de nieuwbouw onbelemmerd in gebruik te nemen zwaar, maar constateert dat de overlast door de kraker niet aannemelijk is gemaakt. Ook het persoonlijke belang van [appellante] bij behoud van de woning is onvoldoende concreet onderbouwd. Daarom wordt het vonnis bekrachtigd, behalve de ontruimingstermijn die wordt verlengd tot 1 juni 2026.