Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 27 februari 2026 in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Overijssel vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het medeplegen en medeplichtig zijn aan twee snelkraken bij juweliers in Ermelo en Zwolle. De rechtbank had de verdachte eerder ook vrijgesproken, maar het hof vernietigde het vonnis om redenen van doelmatigheid en deed opnieuw recht.
Het bewijs bestond voornamelijk uit DNA-sporen van de verdachte op inbrekersgereedschap dat bij de snelkraken was aangetroffen. Het NFI-rapport toonde aan dat het DNA-profiel van de verdachte met hoge waarschijnlijkheid overeenkwam met het materiaal op de stootijzers, krik en hamer. De officier van justitie stelde dat de verdachte een onmisbare schakel was en dat zijn verklaring voor het DNA op het gereedschap niet aannemelijk was.
De verdediging voerde aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was voor medeplegen of medeplichtigheid, omdat het vereiste dubbele opzet ontbrak. Het hof oordeelde dat het DNA-materiaal verplaatsbaar is en niet vaststaat wanneer en hoe het op het gereedschap terecht is gekomen. Ook is niet vastgesteld dat de verdachte bij de inbraken aanwezig was of nauw en bewust heeft samengewerkt met de daders.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden. Het hof bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen.