In deze pachtzaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Limburg. Appellant vordert incidenteel op grond van artikel 843a Rv (oud) dat geintimeerde een kopie verstrekt van een in 2013 gesloten overeenkomst met het provinciebestuur van Limburg, inclusief alle bijlagen en wijzigingen.
Het hof stelt vast dat het bewijsrecht per 1 januari 2025 is gewijzigd en beoordeelt de vordering daarom aan de hand van de artikelen 194 en 195 Rv. Het hof ziet echter geen aanleiding om voorafgaand aan de hoofdzaak over dit incident te beslissen, omdat de vordering te nauw verweven is met de hoofdzaak.
Daarom wordt de behandeling van het incident aangehouden tot de gezamenlijke mondelinge behandeling van hoofdzaak en incident. Tijdens deze zitting zal worden besproken of en onder welke voorwaarden de gevraagde inzage wordt gegeven. Het hof verzoekt geintimeerde de overeenkomst(en) mee te nemen naar deze zitting.
De hoofdzaak wordt voortgezet in de huidige stand en verdere beslissingen worden aangehouden. Dit arrest is gewezen door drie rechters en twee deskundige leden en op 24 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.