Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 22 december 2025 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 14 augustus 2025, waarin verdachte was veroordeeld voor meerdere bedrijfsinbraken. Het hof bevestigt het vonnis grotendeels, maar vernietigt de kwalificatie van het bewezenverklaarde en de strafoplegging, en doet hierover opnieuw recht.
Verdachte stelde in hoger beroep een alternatieve verklaring voor de aanwezigheid van bloed op een handschoen, maar het hof acht dit scenario ongeloofwaardig en wijst het af. Het bewijs, waaronder het politiedossier en verklaringen, ondersteunt de bewezenverklaring van medeplegen van diefstal door vereniging van personen met braak en verbreking.
De straf van zestien maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest wordt passend geacht, mede gelet op de ernst van de feiten, de recidive van verdachte en het reclasseringsadvies. Het hof bevestigt de strafoplegging van de rechtbank, ondanks dat een hogere straf ook mogelijk was geweest.
De uitspraak is gebaseerd op de artikelen 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. De tenuitvoerlegging van de straf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, met inachtneming van mogelijke penitentiaire programma's en voorwaardelijke invrijheidstelling.