Uitspraak
[appellant],
MMVK,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 16 januari 2025;
- de memorie van grieven, tevens wijziging van eis, van 15 april 2025;
- de memorie van antwoord van 1 juli 2025;
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 27 november 2025 is gehouden.
2.De kern van de zaak
3.De feiten
[naam2]van MMVK die weer zou worden ingezet door aannemers waarmee MMVK een overeenkomst had gesloten. Tussen [appellant] en MMVK is niets op papier gezet. [appellant] is eerst vanaf 7 september 2021 twee weken tewerkgesteld bij aannemer Van Heteren , daarna tot 10 maart 2022 bij aannemer Beens en vanaf 14 maart 2022 weer bij Van Heteren . In de hele periode vanaf 7 september 2021 tot de opzegging van 14 december 2022 heeft [appellant] uitsluitend in opdracht van MMVK gewerkt. Voor de gewerkte uren betaalde MMVK [appellant] € 35,- exclusief btw per uur en na indexatie € 38,50 exclusief btw per uur. MMVK bepaalde waar [appellant] tewerkgesteld werd. [appellant] werkte bij Van Heteren op maandag tot en met woensdag aan het project verruiming Twentekanalen. Op de overige dagen verrichtte [appellant] (timmer)klusjes voor Van Heteren , die door MMVK deels in natura werden uitbetaald in de vorm van leveringen van (diesel)olie voor de eigen boot van [appellant] .
[naam2]en de aanwezigheid van de juiste lampen om bij donker te varen.
[naam2], dat vol was.
[naam2]als duwboot die de beunbak
[naam4]voortduwde, een aanvaring veroorzaakt met een brug over het Twentekanaal. De bovenkant van de spudpaal van de [naam4] raakte de brug en werd beschadigd. Het eigen risico voor MMVK, nadat de verzekering de schade had vergoed, bedroeg € 10.000, -.
4.De toelichting op de beslissing van het hof
De [naam2] ,zodat MMVK de
[naam2]niet kon verhuren aan de betrokken aannemers. [appellant] heeft dit betwist. MMVK heeft haar stelling op geen enkele wijze onderbouwd. Zij heeft wel een verklaring overgelegd van schipper [naam3] die het ongeval met de brug heeft veroorzaakt, waarover hierna meer. In de verklaring schrijft [naam3] dat hij op 16 januari 2023 met de
[naam2]als duwboot voer met de beunbak
[naam4]. Dit steunt dus niet de stelling van MMVK dat zij De
[naam2]niet meer heeft kunnen verhuren voor dit project.
[naam4]. Volgens haar was dit ongeval niet gebeurd als [appellant] als schipper was blijven varen en moet hij daarom dit bedrag aan MMVK betalen. Het hof oordeelt dat MMVK gelijk heeft dat het conditio-sine-qua-non-verband aanwezig is in die zin dat als [appellant] schipper was gebleven, [naam3] niet op de
[naam2]had gevaren op 16 januari 2023.
[naam4] .
5.De beslissing
- € 1.694,- te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 18 december 2022;
- € 1.996,82 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 25 december 2022;
- € 1.078,- te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 januari 2023;
- € 2.866,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2023;
- € 20.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2025;
- € 6.418,53 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2025;