De zaak betreft een hoger beroep in een kort geding tussen Stichting Slingeland Ziekenhuis en een ziekenhuisapotheker die sinds mei 2025 is vrijgesteld van werkzaamheden. De apotheker vorderde wedertewerkstelling, maar het ziekenhuis betoogde dat de arbeidsverhoudingen ernstig verstoord zijn, waardoor haar terugkeer de continuïteit van het apothekersteam zou bedreigen.
Het hof overwoog dat goed werkgeverschap vereist dat een werknemer in beginsel haar werkzaamheden kan verrichten, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit te weigeren. Uit 22 verklaringen van teamleden bleek dat het vertrouwen in de apotheker diepgaand was geschaad door onaangenaam gedrag, wat ook door de apotheker deels werd erkend. Hoewel zij haar gedrag verbeterd achtte, was het wantrouwen binnen het team te groot.
Het hof stelde dat herstel van vertrouwen en sociale veiligheid noodzakelijk is voor terugkeer, maar dat dit een investering is die redelijkerwijs pas van het ziekenhuis kan worden gevraagd als de apotheker zeker in dienst blijft. Omdat de ontbindingsprocedure nog loopt, weegt het belang van het ziekenhuis om rust te bewaren zwaarder dan het belang van de apotheker om weer aan het werk te gaan. Daarom werd de vordering afgewezen en het vonnis van de kantonrechter vernietigd.