Appellant kocht in mei 2013 een perceel grond met chalet op een vakantiepark als belegging. Hoewel de concepthuurovereenkomst niet werd ondertekend, ontving appellant maandelijks een vast rendement van 8% van de koopsom. Partijen twisten of sprake is van een huurovereenkomst met Succesparken of een beheersovereenkomst met Horsterland.
Het hof oordeelt dat op basis van de gedragingen en afspraken tussen partijen een huurovereenkomst met Succesparken tot stand is gekomen en voortgezet is tot 20 mei 2024. Succesparken heeft nagelaten het chalet tijdig op te leveren en de huur te voldoen. De vordering van appellant tot betaling van achterstallige huurpenningen wordt toegewezen.
De boetevordering van appellant tegen Horsterland wordt afgewezen omdat de boetebepaling niet ten gunste van appellant is geschreven. Horsterland wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige servicekosten. De proceskosten worden verdeeld waarbij Succesparken wordt veroordeeld tot betaling aan appellant en appellant tot betaling aan Horsterland in incidenteel hoger beroep.