Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
gaat tegen finale kwijting van alle openstaande nota’s en verrekeningen van Lotas B.V.”, terwijl in de mail wordt verwezen naar een bijgaand “
overzicht van openstaande nota’s op de verschillende vennootschappen van de heer [appellant].” Een paar weken daarvoor, op 7 januari 2014, had Lotas aan [appellant] een overzicht van de openstaande posten van de verschillende vennootschappen per 14 november 2011 gemaild en aangestuurd op het bespreken van een oplossing voor de betaling daarvan.
Jaarrekening 2015” of iets dat daarop lijkt, maar termen als “
opschonen debiteuren 2015”, “
controle correctieboekingen 2015” en “
deb cred lijsten 2015, 2016, 2017 tbv beginbalans”. [appellant] heeft niet betwist dat de controller de administratie van SCW niet netjes heeft achtergelaten en heeft ter zitting ook erkend dat de administratie van SCW over meerdere jaren tijdens de periode dat de controller daar werkzaam was is verdwenen. Ook heeft hij niet betwist dat Lotas vanaf september 2017 de opdracht had om de administratie van SCW te herstellen. Gelet op het voorgaande doet wat [appellant] heeft aangevoerd in onvoldoende mate af aan het bewijs dat de door Lotas gedeclareerde werkzaamheden passen binnen de gegeven opdrachten. [appellant] heeft in hoger beroep in algemene bewoordingen bewijs aangeboden van zijn stellingen. Het hof gaat aan dat bewijsaanbod voorbij, nu dat aanbod te vaag is. In eerste aanleg zijn immers in het kader van door [appellant] te leveren tegenbewijs al getuigen gehoord. In een dergelijke situatie mag van [appellant] worden verwacht dat hij zijn aanbod tot aanvullend (tegen)bewijs nader toelicht.