Partijen zijn in 2004 in Marokko getrouwd en hebben de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit. Na hun echtscheiding in juli 2024 bepaalde de rechtbank de wijze van verdeling van hun voormalige echtelijke woning, waarbij de vrouw de woning kon overnemen onder voorwaarden, waaronder ontslag van de man uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek.
De vrouw verzocht het hof om een voorlopige voorziening te treffen die de medewerking van de man aan de notariële levering van de woning vervangt indien hij niet binnen twee weken zijn toestemming verleent. Het hof oordeelde dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij deze voorziening, omdat zonder medewerking van de man de beschikking van de rechtbank niet kan worden uitgevoerd.
Het hof constateerde dat het stappenplan voor de verdeling van de woning was gevolgd en dat de man voldoende gelegenheid had gehad om mee te werken, maar dit niet had gedaan. De bezwaren van de man wegen niet op tegen het belang van de vrouw om uit de onverdeeldheid te geraken. Daarom wees het hof het verzoek toe en bepaalde dat de beschikking van het hof in de plaats treedt van de medewerking van de man indien hij niet binnen de gestelde termijn meewerkt.