Belanghebbende B.V. heeft een naheffingsaanslag omzetbelasting en een verzuimboete opgelegd gekregen over het tijdvak mei 2022, omdat zij het algemene btw-tarief moest toepassen in plaats van het verlaagde tarief op de levering van trapliften. Na een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het geschil betrof de vraag of trapliften onder het verlaagde btw-tarief van post a.34 van de Wet op de omzetbelasting vallen, mede gelet op het neutraliteitsbeginsel. Belanghebbende stelde dat trapliften soortgelijk zijn aan invalidenwagentjes en mechanische traploophulpen die wel onder het verlaagde tarief vallen, en dat de overgangstermijn bij intrekking van het standpunt te kort was.
Het Hof oordeelde dat trapliften niet uitwisselbaar zijn met invalidenwagentjes en mechanische traploophulpen, waardoor het niet toepassen van het verlaagde tarief niet in strijd is met het neutraliteitsbeginsel. Ook wees het Hof het beroep op een langere overgangstermijn af, omdat de investeringen in ontwikkeling van trapliften niet leiden tot een verplichting tot afdracht van btw en de overgangstermijn reeds redelijk was.
De verzuimboete werd passend geacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.