In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 9 december 2025 uitspraak gedaan in het hoger beroep van belanghebbende B.V. tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 februari 2024. De zaak betreft een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) van € 9.447, opgelegd aan belanghebbende voor de registratie van een gebruikte personenauto van het merk Mercedes, afkomstig uit een andere EU-lidstaat. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag, maar de Inspecteur heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. Hierop heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de rechtbank, die het beroep eveneens ongegrond heeft verklaard. Vervolgens heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof.
Tijdens de zitting op 3 december 2025 heeft belanghebbende haar standpunt herhaald dat de naheffingsaanslag op basis van de herleidingsmethode moet worden vernietigd. Het Hof heeft echter geoordeeld dat dit betoog faalt, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad van 11 juli 2025. Het Hof heeft het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is openbaar uitgesproken en een afschrift is beschikbaar gesteld in Mijn Rechtspraak. Beide partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.