ECLI:NL:GHARL:2025:7822

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
200.350.091/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over onderhoudsovereenkomst en schadevergoeding na machinebreuk WKK-installatie

De zaak betreft een geschil tussen De Torenhoeve Biogas B.V. en Dordtech Maintenance B.V. over de uitvoering van een onderhoudsovereenkomst voor een WKK-installatie. Na een machinebreuk in maart 2023 schortte De Torenhoeve de betaling van onderhoudsfacturen op en Dordtech ontbond daarop de overeenkomst. De rechtbank stelde Dordtech in het gelijk.

In hoger beroep voerde De Torenhoeve aan dat Dordtech haar onderhoudsverplichtingen niet correct was nagekomen, wat de oorzaak van de machinebreuk zou zijn, en dat zij daarom mocht opschorten. Het hof oordeelde dat De Torenhoeve onvoldoende bewijs had geleverd voor haar stellingen en dat de bewijslast daarvoor op haar rustte. Cruciale machineonderdelen waren niet beschikbaar voor onderzoek, waardoor de oorzaak onduidelijk bleef.

Verder betwistte De Torenhoeve de omvang van de schadevergoeding, maar het hof vond de door Dordtech berekende schade onderbouwd en verwierp de bezwaren. Ook de klacht over schending van de waarheidsplicht werd verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde De Torenhoeve tot betaling van proceskosten.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van De Torenhoeve af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.350.091/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 562238)
arrest van 9 december 2025
in de zaak van
De Torenhoeve Biogas B.V.,
die is gevestigd in Biddinghuizen,
die hoger beroep heeft ingesteld,
bij de rechtbank: gedaagde,
hierna:
De Torenhoeve,
advocaat: mr. U. Aloni, die kantoor houdt te Amsterdam,
tegen
Dordtech Maintenance B.V.,
die is gevestigd in Dordrecht,
verweerder in het hoger beroep,
bij de rechtbank: eiseres,
hierna:
Dordtech,
advocaat: mr. P.J. Passenier, die kantoor houdt te Utrecht.

1.Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
- de appeldagvaarding van 18 december 2024;
  • de memorie van grieven;
  • de akte met productie van De Torenhoeve;
  • de memorie van antwoord.
1.2
Op 12 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgehad. Daarvan is een proces-verbaal opgemaakt dat deel uitmaakt van het procesdossier. Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd en daartoe de stukken aan het hof verstrekt. Daarna heeft het hof een datum voor arrest bepaald.

2.De feiten van de zaak

2.1
Dordtech voert een onderneming die - kort gezegd en hoofdzakelijk - machines repareert en onderhoudt.
2.2
De Torenhoeve exploiteert een biogasinstallatie om gas te produceren.
2.3
Dordtech Projects B.V. (verder: Dordtech Projects) voert een aan Dordtech gelieerde onderneming.
2.4
Tussen Dordtech Projects en De Torenhoeve is op 17 mei 2017 een koopovereenkomst tot stand gekomen, inhoudende dat Dordtech Projects, tegen betaling van de koopprijs, een Dresser Rand Guascor Biogas WKK installatie van 1,2 Mwe (verder: de WKK-installatie) aan De Torenhoeve zou leveren en in eigendom zou overdragen (verder: de koopovereenkomst).
2.5
De Torenhoeve heeft per e-mail van 17 mei 2017 de getekende opdracht voor de
levering van de WKK-installatie aan Dordtech Projects als bijlage gestuurd. De Torenhoeve schrijft in dat bericht verder onder meer:
“Het servicecontract willen we ook in opdracht geven. Dit moeten we denk
ik wel eerst nog bespreken.”
2.6
Ter bevestiging van de koopovereenkomst heeft Dordtech Projects op 19
mei 2017 een opdrachtbevestiging aan De Torenhoeve gestuurd. In deze
opdrachtbevestiging is de volgende paragraaf over onderhoud van de WKK-installatie
opgenomen:
ONDERHOUD
Het All-in onderhoudstarief bedraagt, prijspeil 2017, € 12,57 per/hr per
draaiuur/motor. Dit is exclusief de grote revisie, die op ca. 54.000 hr. moet
plaatsvinden. Afstand beheer wordt apart in rekening gebracht en bedraagt per
motor € 353,63 per maand.
Bij een All-in onderhoudscontract is, om calamiteiten te voorkomen, een Machinebreukverzekering een noodzaak. Dordtech kan (...) deze verzekering separaat en
afhankelijk van acceptatie voor u afsluiten (...).
Het onderhoudscontract ontvangt u zodra bij ons bekend zijn is wat de serienummers van de motor en generator zijn.
In de paragraaf 'leveringscondities’ is bij de garantie opgenomen:
"Mits onderhoud door Dordtech Maintenance B.V. wordt uitgevoerd (...) "
2.7
De WKK-installatie is na levering en installatie op 25 februari 2018 in bedrijf
genomen. Vanaf die datum heeft Dordtech periodiek onderhoud uitgevoerd aan de WKK-installatie.
2.8
Dordtech heeft voor het hiervoor genoemde onderhoud maandelijks facturen
gestuurd (verder: de onderhoudsfacturen). De onderhoudsfacturen t/m maart 2023 zijn door
De Torenhoeve betaald. De onderhoudsfacturen van april, mei en juni 2023 heeft zij onbetaald gelaten. Het gaat om een totaalbedrag van € 27.264,21 inclusief btw.
2.9
In september 2022 is De Torenhoeve verkocht aan APF Energy B.V. (verder: APF Energy). Sindsdien is APF Energy ook de enige bestuurder van De Torenhoeve.
2.1
In april 2022 heeft Dordtech een grote revisie aan de WKK-installatie uitgevoerd. Nadien heeft periodiek regulier onderhoud van de WKK-installatie door Dordtech plaatsgevonden.
2.11
Op 29 maart 2023 is de WKK-installatie uitgevallen als gevolg van een machinebreuk (verder: de machinebreuk). Op dat moment was sprake van 39.050 draaiuren van de WKK-installatie.
2.12
De Torenhoeve heeft de machinebreuk gemeld bij de machinebreukverzekering van APF Energy. Deze verzekering is afgesloten bij Marsh B.V. uit Rotterdam (verder: Marsh).
2.13
Marsh heeft de machinebreuk laten onderzoeken door McLarens B.V. die op 5 juni 2023 haar schaderapport aan Marsh heeft gestuurd. In dat schaderapport is geen duidelijke oorzaak van de machinebreuk geconstateerd.
2.14
Op 30 mei 2023 heeft De Torenhoeve aan Dordtech bericht dat zij betaling van de
openstaande onderhoudsfacturen opschort. Op 23 juni 2023 heeft De Torenhoeve dit
bericht bevestigd met de mededeling dat Dordtech zich niet aan artikel 10.1 van de onderhoudsovereenkomst heeft gehouden. De betreffende bepaling luidt:
10.1
Machinebreukverzekering
Een machinebreukverzekering is een standaard onderdeel van machinebeheer. De
bepalingen van deze verzekering zijn bijgevoegd als bijlage. Bijlage 4 vermeldt de
vergoeding voor de verzekering; indien van toepassing.
2.15
Op 18 juli 2023 heeft Dordtech aangegeven de onderhoudsovereenkomst partieel, namelijk ten aanzien van de onderhoudswerkzaamheden die vanaf 29 maart 2023 moesten worden uitgevoerd, te ontbinden.

3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1
Dordtech heeft – kort gezegd - bij de rechtbank gevorderd om De Torenhoeve te veroordelen tot betaling van de openstaande facturen en tot betaling van € 234.130,43 (subsidiair € 184.763,21) aan schadevergoeding, een en ander vermeerderd met wettelijke (handels)rente en buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van De Torenhoeve in de kosten van het geding.
3.2
De rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad (hierna: de rechtbank) heeft bij eindvonnis van 25 september 2024 (hierna: het eindvonnis) Dordtech in het gelijk gesteld en haar vorderingen toegewezen, met veroordeling van De Torenhoeve in de proceskosten.

4.De vorderingen en de grieven van De Torenhoeve

4.1
De Torenhoeve vordert in hoger beroep – kort gezegd – dat het hof het eindvonnis en de daaraan voorafgaande tussenvonnissen vernietigt, Dordtech veroordeelt tot terugbetaling van hetgeen op grond van het vonnis aan haar is betaald, en alsnog afwijzing van de vorderingen van Dordtech, met veroordeling van deze partij in de kosten van beide instanties.
4.2
De Torenhoeve heeft de vonnissen waarvan beroep bestreden met een vijftal grieven, die tot de hiervoor omschreven, door haar gewenste beslissingen moeten leiden.
4.3
Het hof zal de grieven hierna zo veel mogelijk in onderlinge samenhang alsmede thematisch (oftewel waar mogelijk ‘gebundeld’) bespreken.

5.Het oordeel van het hof

De feitenvaststelling
5.1
Voor zover door De Torenhoeve mocht zijn beoogd ook grieven aan te voeren tegen de feitenvaststelling door de rechtbank, overweegt het hof als volgt. Het hof heeft de feiten opnieuw vastgesteld, zodat De Torenhoeve in zoverre bij de behandeling van daartegen gerichte grieven geen belang meer heeft. Inhoudelijke bezwaren en stellingen over de waardering en interpretatie van de feiten komen waar nodig hierna aan de orde. Voor zover het hof die bezwaren en stellingen niet specifiek behandelt, worden die bezwaren geacht te zijn verworpen of als voor de beoordeling niet relevant geacht.
Mocht De Torenhoeve betaling van haar facturen na de machinebreuk opschorten?
5.2
Kern van het betoog van De Torenhoeve is dat Dordtech zich niet naar behoren van haar contractuele onderhoudsverplichtingen ten aanzien van de WKK-installatie heeft gekweten en dat dit als de oorzaak moet worden gezien van de machinebreuk. Hierop baseert zij haar beroep op opschorting van de verplichting tot betaling van de in deze procedure door Dordtech gevorderde factuurbedragen. Dit betreft een zogeheten ‘bevrijdend verweer’, ten aanzien waarvan De Torenhoeve ingevolge artikel 150 Rv Pro de stelplicht en, bij betwisting, de bewijslast draagt. Dordtech heeft in eerste aanleg van haar kant betwist dat zij jegens De Torenhoeve haar contractuele verplichtingen niet of gebrekkig is nagekomen resp. dat De Torenhoeve in dit kader een recht op opschorting toekomt.
5.3
De Torenhoeve heeft ter onderbouwing van haar hiervoor omschreven opschortingsberoep in hoger beroep een rapport overgelegd van de heer [naam1] , waaruit naar haar opvatting kan worden opgemaakt dat Dordtech haar onderhoudswerk niet goed heeft uitgevoerd. Dordtech heeft de merites van dit rapport bij memorie van antwoord, en vervolgens ter zitting in hoger beroep, gemotiveerd en op detailniveau weersproken en er onder meer op gewezen (i) dat zij pas zeer kort van te voren door de advocaat van De Torenhoeve op de hoogte is gesteld van een voorgenomen plaatsopname (door de heren [naam1] en [naam2] ) bij de WKK-installatie op 13 februari 2025, (ii) dat zij uit het rapport van [naam1] heeft moeten vernemen dat er daarna een tweede plaatsopname heeft plaatsgevonden op 19 maart 2025, waar zij niet voor is uitgenodigd en ook niet bij is betrokken, (iii) dat de suggestie in het rapport dat er bij de revisie fouten zijn gemaakt bij de montage van de lagers afstuit op het feit dat de WKK-installatie na de revisie zo’n 8.000 draaiuren probleemloos heeft gefunctioneerd, (iv) dat diverse cruciale onderdelen van de machine tijdens het onderzoek niet meer voorhanden waren, waardoor een onderzoek naar en analyse van de oorzaak van de machinebreuk niet meer verantwoord kan worden uitgevoerd, (v) dat het door De Torenhoeve in dit geding overgelegde filmmateriaal enkel de lagers respectievelijk de lagerschade betreft, terwijl andere, mogelijk eveneens zeer relevante zaken niet worden getoond. Wat wel te zien is op de beelden (het kennelijk geïsoleerd bekeken worden van een inwendig onderdeel, zonder dat de overige onderdelen en de rest van de installatie zichtbaar bij de analyse worden betrokken) geeft daarnaast (vi) voeding aan de gedachte dat de door [naam1] gehanteerde onderzoeksmethod(ologi)e niet aan de maat is. Ook heeft Dordtech erop gewezen dat (vii) de door [naam1] in zijn rapport geopperde veronderstelling dat de machinebreuk te wijten zou zijn aan het ten onrechte niet door Dordtech bij haar periodieke onderhoudswerk opgemerkt zijn van speling in de small-end lagers van de drijfstang, niet kan kloppen; dergelijke speling zou hebben geleid tot een onregelmatiger loop van de machine respectievelijk voor slijpsel/metaalresten in de olie hebben gezorgd. De machinedata en oliesamples geven echter geen enkele indicatie dat daarvan voorafgaand aan de machinebreuk sprake is geweest. Verder en aanpalend heeft Dordtech erop gewezen dat (viii) zij bij het onderhouden van de machine steeds de verplichtingen uit de onderhoudsovereenkomst in acht heeft genomen en ook de instructies van de fabrikant steeds heeft opgevolgd. Op geen enkel moment vloeide daaruit bij het voorafgaand aan de machinebreuk uitgevoerde periodiek onderhoud een gehoudenheid of noodzaak voor Dordtech voort om spontaan onderzoek te doen naar het inwendige van de machine, te minder omdat de op dat moment meest recente machinedata en oliesamples geen enkele aanleiding gaven om te vermoeden dat er in het inwendige van de machine iets mis zou zijn. Dit uitvoerig gemotiveerde betoog heeft De Torenhoeve deels onbesproken gelaten en voor het overige welbeschouwd enkel bestreden met ‘kale’ betwistingen.
5.4
De hiervoor weergegeven argumenten van Dordtech leveren niet alleen een ruimschoots voldoende gemotiveerde betwisting op van de merites van het rapport van [naam1] (en daarmee van de stellingen van De Torenhoeve omtrent het vermeend gebrekkige onderhoud in relatie tot de oorzaak van de machinebreuk), maar hebben ook de bijl gezet in de geloofwaardigheid van die stellingen.
5.5
De vraag of, gelet op dit alles, niettemin kan worden gezegd dat De Torenhoeve voldoende heeft gesteld om tot bewijs te worden toegelaten, kan het hof in het midden laten, nu De Torenhoeve ter zitting bij het hof bij monde van haar advocaat heeft erkend dat essentiële onderdelen van de machine niet meer voorhanden zijn en dat ook hij “geen idee” heeft hoe dit onderzoek nog deugdelijk kan worden uitgevoerd. Nu tussen partijen niet in geschil is dat de machineonderdelen waar juist de breuk is ontstaan, inderdaad onvindbaar zijn en die onderdelen dus niet in enig onderzoek zullen kunnen worden betrokken, zal een bewijsopdracht van het hof logischerwijze niet kunnen resulteren in uitsluitsel over de vraag wat de feitelijke oorzaak van de machinebreuk is geweest en daarmee dus ook geen helderheid kunnen verschaffen over de vraag of Dordtech daar in juridische zin door De Torenhoeve voor verantwoordelijk (lees: aansprakelijk) kan worden gehouden.
5.6
Deze onduidelijkheid over de feitelijke toedracht van de machinebreuk (‘non liquet’) die niet door bewijslevering zal kunnen worden weggenomen, komt ingevolge de regels van stelplicht en bewijslast (vgl. artikel 150 Rv Pro) voor rekening en risico van De Torenhoeve. Het beroep van De Torenhoeve op opschorting (als gezegd een bevrijdend verweer) steunt immers op de door haar bij gemotiveerde betwisting te bewijzen stelling dat Dordtech haar onderhoudsverplichtingen niet correct is nagekomen en dat deze niet-nakoming een rechtvaardiging voor opschorting van haar eigen verplichtingen vormt. Nu de juistheid van dit een en ander niet in rechte zal kunnen worden aangetoond, verwezenlijkt zich het op De Torenhoeve rustende ‘bewijsrisico’ en valt het doek voor haar beroep op opschorting.
5.7
Voor een afwijking van de hiervoor genoemde regels van stelplicht en bewijslast zijn door De Torenhoeve onvoldoende argumenten aangevoerd en ook anderszins is het hof niet gebleken van concrete ‘bewijsnood” aan de zijde van De Torenhoeve die tot een dergelijke afwijking zou nopen. Die “bewijsnood” is in elk geval niet gelegen in een gebrekkige informatievoorziening of ‘informatie-onwil’ aan de kant van Dordtech. De Torenhoeve heeft weliswaar meermaals gesuggereerd dat Dordtech informatie ondanks verzoek niet wilde geven of heeft weggemaakt, maar deze niet concreet gemaakte verwijten zijn door Dordtech weersproken. Zij heeft er onder meer ter zitting bij het hof op gewezen dat zij na de machinebreuk gelijk aan De Torenhoeve heeft gevraagd of die meer informatie wilde, maar dat van dit informatieaanbod vervolgens geen gebruik is gemaakt. Hier is door De Torenhoeve niet concreet op gerespondeerd, net zo min als op de stelling van Dordtech dat de ‘rode map’ (waar door de Dordtech-monteur van dienst bij elke onderhoudsbeurt aantekeningen in werden gemaakt) steeds bij de WKK-installatie lag en dat Dordtech die map daar niet heeft weggehaald en er ook geen kopie van heeft.
5.8
Het voorgaande brengt mee dat de grieven I en II geen doel treffen. Wat verder in het kader van het opschortingsberoep door partijen is besproken, behoeft geen behandeling meer.
Is de omvang van de schade onjuist vastgesteld?
5.9
Nu uit het voorgaande volgt dat De Torenhoeve niet gerechtigd was tot opschorting, is zij, door de facturen niet te betalen, zelf in verzuim geraakt en heeft zij Dordtech daarmee een reden gegeven om tot ontbinding over te gaan. Haar grief III strekt ten betoge dat de schade die Dordtech als gevolg van deze ontbinding heeft geleden, veel minder hoog is dan door Dordtech wordt beweerd. Zij betoogt in dat kader dat
a. niet het '8.000-uren' scenario het meest voor de hand liggende scenario is, maar
dat de schade berekend moet worden aan de hand van het minimum aantal draaiuren van 5.000 dat Dordtech op basis van de onderhouds-overeenkomst in rekening zou hebben gebracht;
b. Dordtech ten onrechte een prijspeil van € 16,98 heeft gerekend per nog te factureren draaiuur, in plaats van het tarief uit de onderhoudsovereenkomst van € 12,57;
c. de besparingen van Dordtech aan onderdelen en andere kosten niet 30% belopen, maar 70%;
d. Dordtech aanzienlijk heeft kunnen besparen op personeelskosten en dit gegeven bij de schadeopstelling zou moeten worden betrokken;
e. Dordtech een extra voordeel heeft door het bedrag ineens te ontvangen in plaats van verspreid over meerdere jaren;
f. door Dordtech genoten belastingvoordeel bij de schadeopstelling moet worden betrokken.
5.1
Dordtech is in haar memorie van antwoord puntsgewijs en wederom gedetailleerd op deze zes punten ingegaan en heeft onderbouwd uiteengezet dat en waarom de per punt door De Torenhoeve aangedragen argumenten geen hout snijden. Op het leeuwendeel van deze uiteenzetting van Dordtech is De Torenhoeve vervolgens niet meer teruggekomen. Dit is slechts anders voor de punten c), e) en f).
5.11
Voor wat betreft punt c) blijft De Torenhoeve blijkens haar spreekaantekeningen voor de mondelinge behandeling bij het hof bij haar standpunt dat de kostenbesparingen na de revisie niet 30% zouden hebben bedragen, maar 70%. Hierin gaat het hof niet mee. Dordtech heeft onder randnummer 6.10 van haar memorie van antwoord afdoende duidelijk gemaakt dat en waarom het ‘zwaartepunt’ van de onderhoudswerkzaamheden (en een groot deel van de bijbehorende kosten) bij de revisie ligt en (onder randnummer 6.11, met verwijzing naar de door de fabrikant aangewezen onderhoudsintervallen met onderhoudscodes zoals opgenomen in de onderhoudsovereenkomst) dat en waarom na zo’n revisie de kosten van onderhoud niet plegen toe te nemen naarmate de machine ouder wordt. De enkele verwijzing naar de machinebreuk respectievelijk de niet van onderbouwing of uitwerking voorziene stelling dat deze WKK-installatie bij het ouder worden een grotere kans op defecten/slijtage heeft, leggen onvoldoende gewicht in de schaal om het betoog van Dordtech op dit punt te ontkrachten.
5.12
Voor wat betreft de punten e) en f) geldt dat Dordtech onder randnummer 6.13 van haar memorie van antwoord gemotiveerd uiteen heeft gezet dat en waarom van dergelijke voordelen geen sprake is, meer in het bijzonder omdat het geld dat aan Dordtech is betaald, hangende de procedure feitelijk niet door haar kan worden benut of aangewend en de ontvangst van het geld juist tot kosten heeft geleid, waardoor (naar het hof begrijpt) een eventueel belastingvoordeel ‘achter de streep’ niets oplevert. Gelet hierop, maar ook gelet op het feit dat De Torenhoeve heeft nagelaten enig inzicht te bieden in de concrete ‘impact’ van de door haar gestelde voordelen op de hoogte van de schadevergoeding, ziet het hof geen reden om een ander bedrag aan schadevergoeding vast te stellen dan in eerste aanleg door de rechtbank is toegewezen.
Is de waarheidsplicht geschonden?
5.13
Met haar vierde grief komt De Torenhoeve op tegen het oordeel van de rechtbank dat zij de in artikel 21 Rv Pro verankerde waarheidsplicht heeft geschonden en tegen de in dat verband door de rechtbank ten nadele van De Torenhoeve genomen beslissing over de proceskosten. Ook deze grief kan niet slagen. Blijkens de toelichting erop ziet De Torenhoeve geheel voorbij aan (en komt zij ook niet op tegen) de constatering van de rechtbank dat blijkens de royementsverklaring de opzegging heeft plaatsgevonden op een moment dat het nieuwe bestuur al was aangetreden en in functie was. Op vragen van het hof heeft de ter zitting aanwezige bestuurder van De Torenhoeve aangegeven dat de due diligence “beter had gemoeten” en dat het destijds een “verwarrende situatie” was. Dat biedt echter geen verklaring, laat staan een rechtvaardiging voor het bij herhaling in eerste aanleg betrekken van de feitelijk onjuiste stelling dat de opzegging door het vorige bestuur is gedaan en dat de nieuwe eigenaar niet door de vorige eigenaar over die opzegging is geïnformeerd. Die stelling is begrijpelijkerwijs door de rechtbank gekwalificeerd als een schending van artikel 21 Rv Pro.
5.14
De vijfde en laatste grief heeft geen zelfstandige betekenis en deelt in het lot van de hiervoor verworpen grieven I t/m IV.
De slotsom: het hoger beroep slaagt niet
5.15
De conclusie van het voorgaande is dat het hoger beroep van De Torenhoeve niet slaagt en dat de vonnissen waarvan beroep zullen worden bekrachtigd. De Torenhoeve zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Onder die kosten vallen ook de nakosten, zonder dat het hof deze kosten in het dictum hoeft te specificeren. [1]

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de vonnissen waarvan beroep;
veroordeelt De Torenhoeve tot betaling van de volgende proceskosten van Dordtech in hoger beroep:
€ 6.803,- aan procedurele kosten (griffierecht)
€ 8.856,- aan salaris van de advocaat van Dordtech (2 procespunten x appeltarief VI);
bepaalt dat de hiervoor genoemde proceskosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
verklaart dit arrest wat betreft bovengenoemde veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.S. Bakker, M.W. Zandbergen en A.L. Goederee en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
9 december 2025.

Voetnoten

1.HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.