Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing
3.De beslissing
22 juni 2022 voor zover daarin een zorgregeling is vastgesteld tussen de vader en [de minderjarige1] ;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een eerdere beschikking van de rechtbank over een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter. Het geding startte in 2017 en kende diverse hulpverleningstrajecten, waaronder de inzet van een kindbehartiger. Ondanks deze inspanningen is het niet gelukt om een omgangsregeling tot stand te brengen.
Uit het dossier en het evaluatieverslag van de kindbehartiger blijkt dat het belast verleden en de ontwikkelingsproblemen van de dochter, die zich in de puberteit bevindt, het contactherstel verhinderen. De kindbehartiger heeft daarom de gesprekken beëindigd. De intensieve hulpverlening, waaronder toezicht, therapie en begeleidingstrajecten, heeft niet geleid tot onbelast contact.
Het hof oordeelt dat het vaststellen van een zorgregeling op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van de dochter en wijst het verzoek van de vader af. Het hof benadrukt het belang dat de moeder het contact blijft stimuleren en faciliteren en dat bij toekomstige behoefte aan contact passende hulpverlening wordt gezocht.
Ten aanzien van de zorgregeling voor de andere minderjarige, [de minderjarige2], geldt de beschikking van de rechtbank onverminderd omdat hierover geen hoger beroep is ingesteld. Het hof ziet geen aanleiding voor een nadere zitting en vernietigt de eerdere beschikking voor zover deze een zorgregeling voor [de minderjarige1] bevatte.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader om een zorgregeling met zijn dochter vast te stellen af vanwege het belast verleden en ontwikkelingsproblemen van het kind.