Uitspraak
,
Aransil,
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimerden]en ieder afzonderlijk
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2]en
[geïntimeerde3],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot aanvulling van een eerder arrest, gedaan door Aransil Limited, een vennootschap naar het recht van Gibraltar. Aransil had hoger beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. In het eerdere arrest, gewezen op 16 september 2025, was Aransil veroordeeld tot betaling door de geïntimeerden, waaronder [geïntimeerde1], [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3]. De geïntimeerden hebben op 24 september 2025 verzocht om verbetering van het arrest op basis van artikel 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Aransil heeft echter betwist dat de geïntimeerden ontvankelijk zijn in hun verzoek, omdat zij geen vorderingen hebben ingesteld en dus niet als wederpartij kunnen optreden.
Het hof heeft in zijn beoordeling vastgesteld dat artikel 32 Rv enkel ten dienste staat van de partij die de vordering heeft ingesteld. De Hoge Raad heeft in een eerdere beschikking geoordeeld dat de wederpartij geen verzoek om aanvulling kan doen. Het hof concludeert dat de geïntimeerden als wederpartij(en) moeten worden aangemerkt en daarom niet-ontvankelijk zijn in hun verzoek. Het hof heeft de geïntimeerden dan ook niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek op de voet van artikel 32 Rv, waarmee het eerdere arrest in stand blijft.