Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders, die een Islamitisch huwelijk hadden dat niet erkend wordt onder Nederlands recht, zijn uit elkaar. De moeder oefent sinds een eerdere beschikking het eenhoofdig gezag uit over de twee minderjarige kinderen. De vader is het niet eens met deze beslissing en stelt in hoger beroep een zorgregeling voor waarbij de kinderen ook doordeweeks en in het weekend bij hem verblijven.
Het hof bevestigt de Nederlandse rechtsmacht en het toepasselijke recht. Gezien de ernstige communicatieproblemen en het onaanvaardbare risico dat de kinderen klem raken tussen de ouders, wordt het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag bij de moeder bekrachtigd. De omgangsregeling wordt aangepast: de kinderen hebben elke zaterdag twee uur begeleide omgang met de vader, onder toezicht van een professionele organisatie, waarbij de uitvoering en eventuele uitbreiding in handen ligt van de gecertificeerde instelling.
De proceskosten worden door beide ouders zelf gedragen. De beschikking over de omgangsregeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hof benadrukt dat de omgang zonder verdere vertraging moet plaatsvinden en dat evaluatie van de begeleiding in de toekomst zal plaatsvinden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag bij de moeder en stelt een begeleide omgangsregeling vast waarbij de kinderen elke zaterdag twee uur onder professionele begeleiding bij de vader verblijven.