Uitspraak
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de kinderrechter
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift
- het verweerschrift van de GI
- de overige stukken
- de moeder met haar advocaat
- twee vertegenwoordigers van de GI
- de vader
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kinderrechter in Midden-Nederland heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen verlengd: voor het oudste kind tot 22 april 2026 en voor de jongere twee tot 22 oktober 2025. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing, stellende dat de kinderen weer thuis zouden moeten wonen.
Het hof heeft de stukken bestudeerd, waaronder het beroepschrift, het verweerschrift van de gecertificeerde instelling (GI) en het verslag van een gesprek met het oudste kind. Tijdens de zitting waren de moeder, haar advocaat, vertegenwoordigers van de GI en de vader aanwezig.
Het hof oordeelt dat de verlengingen terecht zijn. De moeder reageert emotioneel en is onvoldoende in staat om de opvoeding te dragen, toont weinig reflectie op haar opvoedkwaliteiten en erkent de zorgen over de kinderen niet. Het oudste kind vertoonde tekenen van mentale en fysieke problemen. De GI heeft de kinderen in een gezinshuis en pleeggezin geplaatst, wat noodzakelijk is voor hun welzijn.
De machtigingen zijn daarom bekrachtigd. De beslissing van de kinderrechter wordt overgenomen en aangevuld door het hof, dat benadrukt dat de verlenging noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. De periode na 22 oktober 2025 voor de jongere twee kinderen is niet aan het hof voorgelegd.
De uitspraak is gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden op 28 oktober 2025 en schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen.