ECLI:NL:GHARL:2025:6607

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
200.358.945/01 en 200.358.946/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake de beëindiging van de schuldsaneringsregeling en de opmaak van de slotuitdelingslijst

In deze zaak gaat het om een hoger beroep van [appellant] en [appellante] tegen de vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 15 augustus 2025. De rechtbank had de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard op beide appellanten en vastgesteld dat zij niet tekort waren geschoten in hun verplichtingen. De rechtbank beëindigde de schuldsaneringsregeling en verleende een schone lei, maar bepaalde dat de bewindvoerder pas over moest gaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijst zodra een lopende letselschadezaak was afgerond.

De appellanten hebben in hoger beroep verzocht om vernietiging van deze beslissing, omdat zij van mening zijn dat er geen reden is om te wachten met het opmaken van de slotuitdelingslijst. Het hof heeft de procedure in hoger beroep behandeld en vastgesteld dat de bewindvoerder onverwijld moet overgaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijst, ongeacht de status van de letselschadezaak. Het hof heeft de vonnissen van de rechtbank gedeeltelijk vernietigd en bepaald dat de bewindvoerder, nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, onmiddellijk moet handelen. Dit arrest is gewezen op 23 oktober 2025.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummers 200.358.945/01 en 200.358.946/01
(zaaknummers rechtbank [zaaknummer 1] en [zaaknummer2] )
arrest van 23 oktober 2025
inzake
[appellant] ,
die woont in [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen:
[appellant],
advocaat: mr. J. Robben, die kantoor houdt in Leeuwarden,
en
[appellante],
die woont in [woonplaats] ,
appellante,
hierna te noemen:
[appellante],
advocaat: mr. J. Robben, die kantoor houdt in Leeuwarden.

1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank

1.1
De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, (hierna: de rechtbank) heeft in de vonnissen van 17 augustus 2022 de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard op [appellant] en [appellante] .
1.2
Op 15 augustus 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat [appellant] en [appellante] niet tekort zijn geschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Hiermee is de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd waarbij de zogenoemde schone lei is verstrekt. De rechtbank heeft in beide vonnissen in het dictum bepaald dat de bewindvoerder pas dient over te gaan tot het opmaken van een slotuitdelingslijst zodra de letselschadezaak is afgerond.

2.Het verloop van de procedure in hoger beroep

2.1
In twee afzonderlijke beroepschriften, ontvangen door de griffie van het hof op 25 augustus 2025, hebben [appellant] en [appellante] verzocht de vonnissen van 15 augustus 2025 te vernietigen en te bepalen dat de bewindvoerder (meteen) dient over te gaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijsten.
2.2
Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder de e-mails met bijlagen van 5 en 14 oktober 2025 van mr. Robben. Van mevrouw [naam1] (hierna te noemen: de bewindvoerder) is een brief met bijlagen van 9 oktober 2025 ontvangen.
2.3
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2025, waarbij [appellant] en [appellante] zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaat. Ook is de bewindvoerder verschenen.

3.De feiten

3.1
[appellant] en [appellante] zijn gehuwd. [appellant] en [appellante] zijn gelijktijdig toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
3.2
Op 13 september 2024, ten tijde van de looptijd van de schuldsaneringsregeling, is [appellant] slachtoffer geworden van een eenzijdig verkeersongeval tijdens zijn werk als vrachtwagenchauffeur. Hij is van de weg geraakt en een bouwplaats ingereden. Daarbij heeft hij onder meer letsel aan zijn ribben opgelopen.
3.3
[appellant] had een tijdelijke arbeidsovereenkomst die eind september 2024 niet is verlengd. Hij ontvangt een ziektewetuitkering.
3.4
[appellant] heeft op grond van de door zijn werkgever afgesloten schadeverzekering voor inzittenden jegens Nationale Nederlanden aanspraak op materiële en immateriële schadevergoeding. Vanwege het niet dragen van de gordel wordt op grond van de polisvoorwaarden 75% van de schade door Nationale Nederlanden vergoed.
3.5
De verzekeraar heeft € 7.488,71 aan voorschotbetalingen voldaan op de boedelrekening van de beschermingsbewindvoerder van [appellant] . Van dit bedrag staat in totaal € 6.448,71 gereserveerd met het oog op de afwikkeling van de schuldsaneringsregeling.
3.6
De rechtbank heeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd, waarbij de zogenoemde schone lei is toegekend. In het dictum heeft de rechtbank bepaald dat de bewindvoerder pas dient over te gaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijst, zodra de letselschadezaak is afgerond.

4.De beoordeling

4.1
Het hof stelt vast dat [appellant] en [appellante] niet opkomen tegen de beslissing van de rechtbank om de schuldsaneringsregeling te beëindiging met toekenning van de schone lei. Zij zijn alleen in hoger beroep gekomen tegen dictum voor zover daarin wordt bepaald dat de bewindvoerder pas dient over te gaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijst zodra de letselschadezaak is afgerond en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. Dit roept de vraag op of [appellant] en [appellante] ontvankelijk zijn in hun beroep.
4.2
Uit artikel 356 lid 1 van de Faillissementswet (hierna: Fw) volgt dat de bewindvoerder onverwijld overgaat tot het opmaken van de slotuitdelingslijst zodra een uitspraak als bedoeld in artikel 354 Fw in kracht van gewijsde is gegaan. Lid 2 bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege eindigt zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Het hof overweegt dat de beslissing om de slotuitdelingslijst pas op te maken nadat de letselschadezaak is afgerond in feite een verlenging van de toepassing van de (formele) schuldsaneringsregeling inhoudt. Tegen een dergelijke beslissing kunnen [appellant] en [appellante] opkomen in hoger beroep.
4.3
[appellant] en [appellante] stellen zich op het standpunt dat er geen reden is om de slotuitdelingslijst pas op te maken zodra de letselschadezaak is afgerond. Volgens [appellant] en [appellante] is in de voorlopige schadestaatprocedure en de daarop gebaseerde bevoorschotting rekening gehouden met de materiële schade die is ontstaan binnen de looptijd van de schuldsaneringsregeling. Vergoedingen voor materiële schade die ontstaan na het einde van de looptijd vallen buiten de boedel. Dat geldt ook voor de aanspraak op immateriële schade, nu deze nog niet is geconcretiseerd in een vordering in (of buiten) rechte en evenmin is geconcretiseerd in een vaststellingsovereenkomst.
4.4
Het hof neemt het volgende als uitgangspunt. Wanneer het einde van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling nadert, brengt de bewindvoerder verslag uit aan de rechter-commissaris over de wijze waarop de schuldenaar aan zijn verplichtingen heeft voldaan (art. 351a Fw). Vervolgens bepaalt de rechtbank een zitting en doet de rechtbank kort daarna uitspraak over de vraag of de schuldenaar aan de op hem rustende schuldsaneringsverplichtingen heeft voldaan (art. 354 Fw). De rechter kan daarbij beslissen tot verlenging van de looptijd. De verlenging is er veelal op gericht om een voorziening te treffen voor gevallen waarin na ommekomst van de reguliere termijn nog geen schone lei kan worden verleend, maar de verwachting is gerechtvaardigd dat dit na een (korte) verlenging van die termijn wel mogelijk zou zijn. Het is echter het één of het ander: als de looptijd wordt verlengd, dan is de schuldsaneringsregeling nog van toepassing. Tijdens de verlenging blijven de verplichtingen gelden en vallen de goederen die worden verkregen nog steeds in de boedel (artikel 295 Fw). Om deze reden kan niet op de voet van art. 354 Fw al worden beslist of de schuldenaar aan de op hem rustende schuldsaneringsverplichtingen heeft voldaan; die beoordeling kan pas plaatsvinden tegen het einde van de (al dan niet verlengde) looptijd. Dit leidt tot de conclusie dat het niet mogelijk is om tegelijkertijd én alvast een schone lei verlenen én de (formele) looptijd van de toepassing van de schuldsaneringsregeling verlengen. [1]
4.5
Ten aanzien van de materiële schadevergoeding stelt de bewindvoerder zich in de stukken op het standpunt dat er onduidelijkheid bestond over de vraag waarop de materiële schadevergoeding precies zag. Door [appellant] en [appellante] zijn in hoger beroep e-mailberichten overgelegd tussen de letselschadeadvocaat en de verzekeraar, waarin de schadevergoeding is geconcretiseerd. De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat zij met deze gegevens in staat is om een nieuw VTLB te berekenen en op basis daarvan een slotuitdelingslijst kan opmaken. Dat betekent dat niets in de weg staat aan het onverwijld opmaken van de slotuitdelingslijst. Het hof zal de vonnissen van de rechtbank in zoverre vernietigen.

5.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
vernietigt de vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 15 augustus 2025 voor wat betreft de beslissing omtrent het opmaken van de slotuitdelingslijst nadat de letselschadezaak is afgerond;
bepaalt dat de bewindvoerder, nadat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, onverwijld overgaat tot het opmaken van de slotuitdelingslijst.
Dit arrest is gewezen door mr. M.M.A. Wind, mr. M.W. Zandbergen en mr. E.F. Groot en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 oktober 2025.

Voetnoten

1.Zie conclusie P-G De Bock van 21 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:969.