Uitspraak
[appellant],
[appellante],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van [appellant] en [appellante] tegen de vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 15 augustus 2025. De rechtbank had de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard op beide appellanten en vastgesteld dat zij niet tekort waren geschoten in hun verplichtingen. De rechtbank beëindigde de schuldsaneringsregeling en verleende een schone lei, maar bepaalde dat de bewindvoerder pas over moest gaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijst zodra een lopende letselschadezaak was afgerond.
De appellanten hebben in hoger beroep verzocht om vernietiging van deze beslissing, omdat zij van mening zijn dat er geen reden is om te wachten met het opmaken van de slotuitdelingslijst. Het hof heeft de procedure in hoger beroep behandeld en vastgesteld dat de bewindvoerder onverwijld moet overgaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijst, ongeacht de status van de letselschadezaak. Het hof heeft de vonnissen van de rechtbank gedeeltelijk vernietigd en bepaald dat de bewindvoerder, nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, onmiddellijk moet handelen. Dit arrest is gewezen op 23 oktober 2025.