ECLI:NL:GHARL:2025:6588

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
200.317.990
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling gemeenschap van goederen en vergoedingsrechten in het kader van een schenking met uitsluitingsclausule

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 oktober 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verdeling van de gemeenschap van goederen tussen een man en een vrouw na hun scheiding. De vrouw had een vergoedingsrecht ingeroepen op basis van schenkingen die zij van haar ouders had ontvangen, welke schenkingen onder een uitsluitingsclausule vielen. De man had betwist dat de gelden waarmee de koopsom van de woning was voldaan afkomstig waren uit deze schenkingen. Het hof oordeelde dat de man niet was geslaagd in het leveren van tegenbewijs tegen de notariële akte waarin de schenkingen waren vastgelegd. Het hof concludeerde dat de vrouw recht had op een vergoedingsrecht van € 166.654,02, wat het bedrag van de schenkingen vertegenwoordigde. Daarnaast werd vastgesteld dat de man een vordering had wegens overbedeling van € 210.868,10 met betrekking tot de voormalige echtelijke woning. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat ieder de eigen kosten droeg. De uitspraak benadrukt het belang van uitsluitingsclausules bij schenkingen en de bewijsvoering rondom de herkomst van gelden in het kader van de verdeling van de gemeenschap van goederen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummers gerechtshof 200.317.989 en 200.317.990
(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 508582 en 530871)
beschikking van 23 oktober 2025
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in het principaal hoger beroep,
verweerster in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. M. Dickhoff te Diemen,
en
[verweerder],
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
verweerder in het principaal hoger beroep,
verzoeker in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. H.E. Brokers-van Dijk te Vleuten.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1
In de beschikking van het hof van 27 augustus 2024 heeft het hof de man toegelaten tegenbewijs te leveren tegen het uit de notariële akte van 13 december 2017 voortvloeiende dwingende bewijs van zijn verklaring dat de gelden (waarmee de koopsom is voldaan) afkomstig zijn uit (een) schenking(en) aan de vrouw, voor welke schenking(en) een uitsluitingsclausule geldt.
1.2
De man heeft op 12 december 2024 twee getuigen laten horen. De vrouw heeft in tegenverhoor op 27 maart 2025 drie getuigen laten horen. Van de getuigenverhoren is een verslag (proces-verbaal) opgemaakt.
1.3
Partijen hebben nog de volgende stukken ingediend:
- Een akte met producties van de man op 27 november 2024
- Een antwoordakte van de vrouw van 17 maart 2025
- Een akte uitlating na getuigenverhoren van de vrouw van 29 april 2025 met producties.

2.De motivering van de beslissing

2.1
Het hof oordeelt dat de man niet is geslaagd in het leveren van tegenbewijs tegen zijn verklaring in de akte dat de gelden waarmee de koopsom is voldaan afkomstig zijn uit een schenking(en) aan de vrouw, voor welke schenking(en) een uitsluitingsclausule geldt. De man heeft het vermoeden dat wat in de akte staat juist is niet ontzenuwd. Het hof legt hierna uit waarom.
2.2
In de (ook door de man ondertekende) notariële akte van 13 december 2017 van levering van de grond voor de te bouwen woning staat:
4. KWITANTIE
1. Voormelde koopprijs inclusief omzetbelasting (toevoeging hof
), verhoogd met de eventueel op grond van de overeenkomst verschuldigde rente en de reeds vervallen termijnen van de aanneemsom, zijn door Koper sub 2.b. (de vrouw, toevoeging hof
) voldaan door storting op een rekening van mij notaris; verkoper verleent aan Koper kwijting ter zake. Koper verklaart dat deze gelden afkomstig zijn uit een schenking aan koper sub 2.b., voor welke schenking een uitsluitingsclausule geldt, en welke schenking derhalve niet valt in de gemeenschap van goederen welke tussen koper 2.a. (de man, toevoeging hof
) en koper 2.b. bestaat.
2.3
De man heeft als getuigen laten horen de notaris bij wie de akte destijds is verleden en zichzelf. De vrouw heeft in tegenverhoor zichzelf en haar ouders als getuige laten horen.
2.3.1
De notaris heeft (voor zover hier van belang) het volgende verklaard.
U vraagt mij of ik mij herinner hoe er in de definitieve akte de bepaling is opgenomen. In het bijzonder of ik nog weet hoe deze aanvulling tot stand is gekomen. Ik heb zelf deze wijziging niet aangebracht. Dat heeft een medewerker gedaan. De aanleiding was dat ik me kan herinneren dat er een omschrijving op het bankafschrift stond. Dit is het bankafschrift van mijn derdengeldrekening. Daarop stond door de verzender van het geld een extra mededeling: ‘middelen verkregen uit uitsluitingsclausule’ of woorden van die strekking.
U vraagt mij of er toen contact is gezocht met partijen. Dat durf ik u niet te zeggen.
U vraagt mij wanneer de aanpassing van het ondertekenen van de akte is gedaan. Het zou kort ervoor zijn geweest. De akte was in december. Er wordt veel kort van tevoren voorbereid zoals de nota van afrekening. Dan pas weet een koper hoeveel geld moet worden overgemaakt.
U vraagt mij of de drietal schenkingsaktes die zijn ingebracht door mr. Brokers-van Dijk dezelfde zijn als die van uw digitale dossier. Het waren er twee uit 2017 en een uit 2016. De exacte data kan ik opzoeken. Op 2 november 2017 € 5.320,- , op 6 november 2017 € 122.000,- en op 30 december 2016 € 55.000,- zijn de exacte data en bedragen.
U vraagt mij of ik de geüploade schenkingsovereenkomsten eerder in het gewone dossier had. Wij hebben geen papieren dossiers meer. Alles is digitaal. Ik kan wel zien dat er een pdf-bestand is opgeslagen. In dat pdf-bestand zitten de drie achter elkaar gescande schenkingsovereenkomsten. Dat heeft een datum 13 december 2017. Toen zijn ze opgeslagen en had ik ze in mijn bezit.
U vraagt mij of ik verder heb geïnformeerd naar de herkomst van de gelden. Nee, niet anders dan dat ik heb geconstateerd dat het geld afkomstig was uit schenkingen.
U vraagt mij of ik navraag heb gedaan bij de schenkers. Dat deden wij nog niet in die tijd. Tegenwoordig wel, maar toen niet. (…)
Op de vragen van mr. Brokers-van Dijk:
U vraagt mij of er voor het tekenen van de akte nog is gesproken over de nieuwe bepaling voordat we overgingen tot ondertekenen. Dat is voor het ondertekenen besproken. Ik neem altijd de hele akte door en bijzondere clausules in het bijzonder.
Op de vragen van mr. Dickhoff:
U vraagt mij of ik weet wie aanwezig waren op het moment dat ik de akte passeerde. Dat waren partijen, [verweerder] en zijn toenmalige echtgenote [verzoekster] en de beide ouders van [verzoekster] .
2.3.2
De man heeft als getuige het volgende verklaard.
U vraagt mij hoe volgens mij de wijziging tot stand is gekomen in de leveringsakte dat toegevoegd is dat de koopsom krachtens uitsluitingsclausule is verkregen. Ik denk dat ik dat achteraf moet reconstrueren. Op 11 december 2017 kreeg ik een conceptakte van de notaris via het online dossier. Ik kreeg een e-mail dat ze een akte had gestuurd en of ik het wilde doornemen, want die zouden we over twee dagen tekenen. Die nam ik goed door en daar stond niks bijzonders of afwijkends in. Vervolgens ben ik op 13 december 2017 naar de notaris gegaan. Ik heb in 2017 een depressie gehad en had die ochtend nog een afspraak daarvoor in het ziekenhuis. Ik ben alleen naar de notaris gegaan. In die tussenliggende periode van 11 december 2017 tot 13 december 2017 is niks naar mij gecommuniceerd. Niks afwijkends. De notaris antwoordde zojuist dat zij niet meer wist of zij vooraf gecommuniceerd had over de aanvulling in de akte van levering over de uitsluitingsclausule. Ik denk dat dat antwoord klopt. Toen zijn we bij de notaris gekomen en was ik in de veronderstelling dat ik de akte conform het concept had getekend. Mij was niks bekend van een uitsluitingsclausule.
U vraagt mij of de notaris het helemaal niet er over heeft gehad, ook niet bij het ondertekenen. Ik heb me dat niet gerealiseerd. Ik was in het kantoor van de notaris. We waren met z’n vieren aan tafel en het was best een spannende situatie voor mij. Ik had het concept goed doorgenomen en de notaris nam het woord. Ik vond het eerst raar dat de ouders van [verzoekster] erbij waren, maar begreep dat zij ook moesten ondertekenen voor de hypotheekakte. Ik kon in het online dossier, nergens zien dat het een schenking met een uitsluitingsclausule was. Ik hoor de notaris net zeggen dat ze het erover heeft gehad, maar ik denk het niet.
2.3.3
De vrouw heeft het volgende verklaard:
Op vragen van de raadsheer-commissaris:
Raadsheer-commissaris:
De dag dat die akte getekend is, en in het bijzonder of het toen bij het ondertekenen van die akte. Is er ook gesproken over die clausule dat het privévermogen van u was?
[verzoekster] :
Ja. Daarover is gesproken.
Raadsheer-commissaris:
Is dat met notaris besproken?
[verzoekster] :
Ja.
Raadsheer-commissaris:
In het oorspronkelijke concept stond die aanvulling niet dat het onder uitsluitingsclausule verkregen vermogen is. Daar zat de standaard kwijtingstekst in. En daarna, vlak voor het tekenen, of bij het tekenen is die clausule toegevoegd. Kunt u zich daar nog iets van herinneren?
[verzoekster] :
Ik weet niet hoe dat is gegaan. Ik lees uit proces-verbaal dat dat door een medewerker van het notariskantoor is gedaan. Hoe dat is gegaan, weet ik niet. Ik weet alleen dat ik het geld gezamenlijk met [verweerder] heb overgeboekt. Ik vond het spannend om zoveel geld over te boeken en ik heb de beschrijving gebruikt zoals die is te zien op bankafschrift, met de woorden uitsluitingsclausule.
Raadsheer-commissaris:
U zegt: het is niet door u gevraagd om het alsnog in de akte te zetten?
[verzoekster] :
Nee. Dat kan ik mij niet herinneren. Ik weet het niet precies. Ik heb daar niet een rol in gespeeld, anders dan dat er contracten er lagen met uitsluitingsclausule en dat ik het op de [bank] , op beide overboekingen heb neergezet. Dat deden we samen, omdat ik het zo spannend vond. Daarom hebben we met zijn tweeën achter de computer gezeten en het geld overgeboekt. [verweerder] was op de hoogte.
Raadsheer-commissaris:
Het zijn een drietal schenkingen waar we het over gehad hebben, ook de overige keer. Dat zijn dan twee schenkingen van november 2017, vlak voor de overdracht. In december 2017 heeft u het huis gekocht?
[verzoekster] :
Ja. Dat was nodig om de grond te kopen.
Raadsheer-commissaris:
De schenking die daarvoor zit, die van € 55.000, die is van december 2016. Heeft dat geld al die tijd op uw bankrekening gestaan?
[verzoekster] :
Ja.
Raadsheer-commissaris:
Dat heeft u niet uitgegeven aan andere doeleinden?
[verzoekster] :
Dat kan ik mij niet herinneren. Dat weet ik niet. Ik weet dat het op mijn bankrekening stond op het moment van de overboeking.
Raadsheer-commissaris:
U kreeg vaker schenkingen van uw ouders. Kunt u vertellen hoe dat in de praktijk ging? Hoe werd daarover gesproken met uw ouders?
[verzoekster] :
Dat was eigenlijk heel duidelijk vanaf begin af aan in ons gezin dat het altijd bestemd was voor de kinderen. De schenkingen zijn aan de kinderen gedaan. En dat er een uitsluitingsclausule voor was. Dat konden wij gebruiken om een huis te kunnen kopen. Dat vonden mijn ouders belangrijk, om ons daarin te steunen.
Raadsheer-commissaris:
Het was algemeen bekend binnen uw gezin dat schenkingen privé bleven?
[verzoekster] :
Ja.
Op vragen van mr. Dickhoff:
Mr. Dickhoff:
Ik wil met u teruggaan naar halverwege de vorige verklaring. U had het geld op uw bankrekening staan, was de vraag. Was dat een spaarrekening?
[verzoekster] :
Ja.
Mr. Dickhoff:
Dat stond alleen op uw naam?
[verzoekster] :
Ja.
Mr. Dickhoff:
De afspraak bij de notaris op 13 december 2017, was dat midden op de dag, het einde van de middag of in de ochtend?
[verzoekster] :
In de ochtend.
Mr. Dickhoff
Bent u samen met [verweerder] naar die afspraak gegaan?
[verzoekster] :
Ja.
Mr. Dickhoff:
Met de auto, of het openbaar vervoer?
[verzoekster] :
Met de auto.
Mr. Dickhoff:
Was er daarvoor nog sprake van een bezoek aan een ziekenhuis of een andere arts?
[verzoekster] :
Nee.
Op vragen van mr. Brokers-Van Dijk:
Mr. Brokers-Van Dijk:
U bent getouwd geweest met [verweerder] in algehele gemeenschap van goederen. Er is in 2016 een schenking aan u gedaan. Bij die schenking is er geen enkele omschrijving geweest. Klopt dat?
[verzoekster] :
Dat weet ik niet. Dan moet ik in mijn boeken bekijken. Ik weet in ieder geval dat ik een schenkingscontract heb getekend.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Er is een schenking in december 2016 en u zegt: daar was een contract voor. Daar zijn zelfs twee contracten van in deze procedure. Wanneer zijn deze contracten getekend?
[verzoekster] :
Ik weet de exacte data niet. In december.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Over de overboeking. U heeft net verklaard hoe dat ging. U had diverse bankrekeningen op uw naam. Wie had er toegang of beheer tot deze rekeningen?
[verzoekster] :
Ikzelf.
Mr. Brokers-Van Dijk:
En u was de enige?
[verzoekster] :
Ja.
Mr. Brokers-Van Dijk:
U zei net zelf: er kwam geld van mijn ouders om dat huis te kopen. Kunt u daar iets meer over vertellen hoe dat is gegaan? Heeft u contact gehad met de notaris of een medewerker voor 13 december 2017?
[verzoekster] :
Nee.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Hebt u de schenkingsaktes die in het online dossier van de notaris zitten aan de notaris gestuurd?
[verzoekster] :
Nee. De aktes zijn in beheer van mijn ouders.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Ik had nog een vraag over de e-mail die mr. Dickhoff bij de antwoordakte van 17 maart 2025 in het geding heeft gebracht. In die e-mail van 11 december 2017 staat: mooi, wij gaan het geld zo overboeken, groeten [verweerder] en [verzoekster] . Wie heeft deze e-mail opgesteld?
[verzoekster] :
Dat ziet u daarboven. Dat is door [verweerder] geschreven. Ik heb zijn inloggegevens niet.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Maar er stond een computer in uw woonkamer met dat account van meneer en kon u daarin?
[verzoekster] :
Nee, met alle respect, ik heb nog nooit een e-mail vanuit [verweerder] zijn naam gestuurd.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Er staat: groet [verweerder] en [verzoekster] . In het normale verkeer eindigen we met degene die de e-mail heeft gestuurd.
[verzoekster] :
Ik heb die e-mail niet gestuurd.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Dan over het geld op uw bankrekening. De raadsheer-commissaris vroeg u net: die € 55.000 stond op uw bankrekening. Stond er nog geld afkomstig van andere zaken op die bankrekening en dan meer in het bijzonder een bedrag dat u heeft ontvangen in verband met verkoop van huurrechten van de sociale huurwoning in [plaats1] aan het [adres1] ?
[verzoekster] :
Ik weet het niet. We hebben zoveel inzichtelijk gemaakt qua wat op mijn rekening stond. Mijn rekening is totaal inzichtelijk gemaakt. Deze specifieke vraag kan ik nu niet beantwoorden.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Hebt u voor getuigenverhoor van 12 december 2024 contact gehad met notaris [naam2] ?
[verzoekster] :
Nee. ik heb geen contact gehad met notaris [naam2] .
2.3.4
De vader van de vrouw heeft als getuige het volgende verklaard.
Op vragen van de raadsheer-commissaris:
Raadsheer-commissaris:
Het gaat over een tekst in de akte van levering waarin uw dochter en haar toenmalige man een stuk grond gekocht hebben waar een huis op is gebouwd. Dat is gebeurd in december 2017. Klopt het dat bij het ondertekenen van de akte aanwezig was?
[naam3] :
Ja.
Raadsheer-commissaris:
In die akte zit een bepaling waarin staat dat de koopsom die toen betaald moest worden van ongeveer € 165.000 dat die afkomstig zijn uit een schenking aan uw dochter voor welke schenking een uitsluitingsclausule geldt en dat die schenking derhalve niet in de gemeenschap van goederen valt tussen uw dochter en ex-schoonzoon. Het is een feit dat het in de akte staat. Kunt u zich herinneren of erbij de notaris op 13 december het over die uitsluitingsclausule is gesproken?
[naam3] :
Ja. Ik kan mij meerdere dingen herinneren. In ieder geval op dat moment in vergadering bijeen heeft deze notaris, ik heb vaker bij passeren van een akte gezeten. Heeft de notaris de akte doorgenomen. Alle notarissen hebben de gewoonte door een akte heen te gaan. Deze notaris heeft in het bijzonder, behalve dat ze dat gedaan heeft, uitdrukkelijk stilgestaan bij het feit dat geld buiten gemeenschap bleef en ook of [verweerder] zich realiseerde wat dat betekende. Daar is expliciet over gegaan bij het ondertekenen van die akte.
Raadsheer-commissaris:
Is de akte op dat moment ook aangepast daarop?
[naam3] :
Nee. ik heb die akte niet voor mij neus gehad toen. Ik was daarbij. Ik tekende in die akte niet mee. Ik tekende de hypotheekakte mee. Ik was er wel bij, maar ik kan mij niet herinneren dat ik nog een exemplaar kreeg.
Raadsheer-commissaris:
U kunt zich ook niet herinneren dat op dat moment de akte is aangepast?
[naam3] :
Nee, dat staat mij niet voor. Het is expliciet benoemd door de notaris.
Raadsheer-commissaris:
Gelbeken is ook dat er een drietal schenkingsovereenkomsten aan de notaris gestuurd zijn. dat hebben we in vorige getuigenverhoor van de notaris bevestigd gekregen. Hebt u die schenkingsovereenkomsten aan de notaris gestuurd?
[naam3] :
Dat is ingewikkeld. Ik stel vast dat de notaris op de 13e de drie aktes in haar bezit had. Ze kunnen bij ons vandaan komen. Kan ik dat bewijzen? Via een upload. De notaris moet deze vraag beantwoorden. Ik heb niet gevonden andersoortig correspondentie over.
Raadsheer-commissaris:
U kunt niet vaststellen dat u ze gestuurd heeft?
[naam3] :
Nee. Uiteindelijk zijn ze wel vanuit ons huis daar terechtgekomen.
Raadsheer-commissaris:
Die schenkingsovereenkomsten hebt u wel in uw bezit?
[naam3] :
Ja. Die liggen bij mij thuis.
Raadsheer-commissaris:
De drie schenkingen zijn verschillende bedragen. Er is in 2017 twee keer een bedrag geschonken. Een keer is dat denk ik jaarlijkse vrijstelling. En vervolgens een paar dagen later nog € 122.000. Een jaar daarvoor, eind 2016, hebt u € 55.000 overgemaakt. Dat klopt?
[naam3] :
Ja. Mijn vrouw deed vaak de overboekingen.
Raadsheer-commissaris:
Die overschrijving van € 55.000, dat is zonder nadere toelichting gegaan. Is dat bewust gedaan?
[naam3] :
Nee. We zijn ons ergens onderweg bewuster geworden van het feit dat het verstandig is om ook op de overboeking deze zaken te melden. Er zijn meerder schenkingen geweest. Toen stond het er ook niet expliciet op de overboekdingen. In een latere fase zijn we dat wel gaan doen.
Raadsheer-commissaris:
Als u schenkingen deed aan uw dochter, wees u haar er dan op dat die schenking onder uitsluitingsclausule was?
[naam3]
Op 1 november 2017, ik wil u dit overhandigen, heb ik een brief geschreven aan mijn vier kinderen.
Mr. Brokers-Van Dijk maakt bezwaar.
Raadsheer-commissaris:
Mijn vraag was: maakt u kenbaar aan uw kinderen dat als u schonk dat dat onder uitsluitingsclausule ging?
[naam3] :
Ja. Onder andere in deze brief.
Raadsheer-commissaris:
Daar hebt u bewijs van?
[naam3] :
Jazeker. Ook wel dat het een soort zachte overeenkomst is. Dat er bij overlijden anders gereageerd zou worden dan bij scheiding. Bij scheiding blijft het buiten de gemeenschap, bij overlijden niet.
Raadsheer-commissaris:
U had het er met elkaar over?
[naam3] :
Ja. Dat is ook expliciet schriftelijk vastgelegd.
Raadsheer-commissaris:
Is er verder nog iets wat u hierover kwijt wil?
[naam3] :
Er is voorafgaand aan de aankoop een discussie met [verweerder] geweest over de schenkingen. We zijn in 2017. Toen zijn beide echtelieden bij ons in huis geweest en zaten aan de rode tafel om het bouwproject door te spreken. Ik voelde daar wat onvrede. Die onvrede had mijn dochter ook wel aangegeven dat die bij [verweerder] lag. Dat lag in de sfeer van: dan kan ik over dat deel niet meeprofiteren. Daar had hij gelijk in. We hebben het over dat onderwerp gesproken. Hij suggereerde dat het handiger zou zijn dat wij een lening zouden geven in plaats van een schenking. We hebben het er uitgebreid met elkaar over gehad en daarop heb ik geantwoord dat dat nog niet zo simpel was, omdat de hypotheekverschaffer dat ook moet goedkeuren. Het kwam er voornamelijk niet van omdat wij aan estate planning doen. Ik ben eigenaar van een bedrijf, uit die gronden is er vermogen bij ons. wij zijn bezig met estate planning naar onze kinderen toe. Het is voor mij fijn om geld met warme hand te kunnen geven aan volgende generatie. Om die reden is dat zo gegaan. Dat gesprek heeft plaatsgevonden. Dat was natuurlijk vanuit het idee dat het vastgoed alleen maar groeit, dan was dit deel van de waarde van het huis daarmee beperkt. Dat is correct.
Daarnaast geef ik te kennen dat die € 122.000 correspondeerde met het nog te betalen bedrag bij de notaris.
Op vragen van mr. Brokers-Van Dijk:
Mr. Brokers-Van Dijk:
U zegt net dat u anderhalve, twee maand van tevoren, dus ik ga ervan uit ergens eind oktober, begin november 2017, een gesprek heeft gehad met [verweerder] en [verzoekster] en dat toen met hen gesproken is. Zou het zo kunnen zijn dat u het gesprek alleen met uw dochter heeft gevoerd?
[naam3] :
Nee, dat is absoluut niet waar. Wij waren met zijn vieren. [verweerder] had een beetje de rol van projectmanager in het geheel. [verzoekster] werkte. [verweerder] had iets meer tijd. Hij heeft voor een belangrijk deel de voortgang van het project gemanaged. In dat kader hadden we zo nu en dan contact om bij te praten. Maar het was ook gewoon gezellig, ze kwamen met kinderen. Alles was toen nog koek en ei. Wij hebben het over dat project gehad. Daar is ook veel mailverkeer van tussen mij en [verweerder] over dat project.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Was het mogelijk voor [verweerder] en [verzoekster] de woning te kopen zonder dat geld van u?
[verzoekster] :
Nee. absoluut niet. Daarnaast was er ook de hypotheekgarantie. Twee elementen waar wij financieel aan te pas kwamen. Twee garanties: enerzijds schenking en anderzijds borgstelling in de hypotheek.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Hebt u voorafgaand aan het onderteken van die conceptakte nog contact gehad met de notaris of een medewerker.
[naam3] :
Ik ben me er niet van bewust. Ik heb die akte ook niet toegezonden gekregen. Ik heb het wel nagegaan, maar daar zat hij niet bij. De notaris heeft mij de hypotheekakte gestuurd.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Wat betreft het bezoek aan de notaris op 13 december 2017. Met wie bent u naar de notaris gegaan?
[naam3] :
Met mijn vrouw.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Kwamen uw dochter en [verweerder] samen naar de notaris?
[naam3] :
Voor zover ik mij herinner: ja.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Hebt u voor het getuigenverhoor voor 12 december 2024 contact gehad met notaris [naam2] ?
[naam3] :
Nee.
2.3.5
De moeder van de vrouw heeft het volgende verklaard:
Op vragen van de raadsheer-commissaris:
Raadsheer-commissaris:
Waarom u als getuige opgeroepen bent, dat gaat over de akte van levering uit december 2017. Daarin hebben uw dochter en uw inmiddels ex-schoonzoon een stuk grond gekocht waar een huis op gebouwd is. Klopt het dat u bij het ondertekenen van de akte aanwezig was?
[naam4] :
Ja.
Raadsheer-commissaris:
In die akte staat dat de koopsom die betaald moest worden, ruim € 165.000, dat die afkomstig is uit een schenking van u en uw echtgenoot aan uw dochter, voor welke schenking een uitsluitingsclausule geldt en dat die schenking derhalve niet valt in de gemeenschap van goederen van uw dochter en uw schoonzoon. Dat staat in de akte. Kunt u zich toen u bij de notaris was die dag herinneren of het toen besproken is dat het een schenking was met zo’n clausule dat het privé bleef voor uw dochter?
[naam4] :
Ja.
Raadsheer-commissaris:
Is het daarover gegaan?
[naam4] :
Ja.
Raadsheer-commissaris:
Kunt u daar iets meer over vertellen?
[naam4] :
Wij waren opgeroepen voor de hypotheekakte mede te ondertekenen. Toen konden wij bij de ondertekening van de leveringsakte zijn. Hoe dat is gegaan? De notaris heeft uitgebreid stilgestaan bij de clausule.
Raadsheer-commissaris:
Het is expliciet besproken?
[naam4] :
Ja.
Raadsheer-commissaris:
Kunt u zich herinneren of die akte nog tijdens het tekenen, tijdens die bijeenkomst is aangepast?
[naam4] :
Nee, het is niet tijdens het tekenen aangepast.
Raadsheer-commissaris:
Hij is getekend zoals hij voorlag?
[naam4] :
Ja.
Raadsheer-commissaris:
Hebt u vooraf met notaris nog gesproken over de schenking?
[naam4] :
Nee.
Raadsheer-commissaris:
Waar het over gaat, u heeft meerdere schenkingen gedaan aan uw kinderen. Het gaat hier over een drietal schenkingen. En daar zijn er twee van in 2017 gedaan, vlak voor ondertekenen van de akte, op 2 november en op 6 november. Een was € 5.320, de tweede € 122.000. maar er is ook een schenking eerder gedaan, op 30 december 2016 van € 55.000. Is u dat bekend?
[naam4] :
Ja.
Raadsheer-commissaris:
Klopt het dat u die overboekingen deed?
[naam4] :
Ja. Die deed ik.
Raadsheer-commissaris:
U hebt ook die € 55.000 overgeboekt?
[naam4] :
Ja.
Raadsheer-commissaris:
Wat we kunnen zien op de bankafschriften is dat daar geen omschrijving bij staat. Kunt u zich herinneren waarom dat niet het geval is?
[naam4] :
Ik had het overgeboekt en toen bedacht ik mij dat ik er niets bij had gezet.
Raadsheer-commissaris:
Werd er in het gezin, of tussen u en uw dochter en schoonzoon weleens gesproken over dat schenkingen niet in de gemeenschap zouden vallen?
[naam4] :
Daar hebben we het over gehad, ook voorafgaand aan de akte.
Raadsheer-commissaris:
Kunt u daar wat meer over vertellen?
[naam4] :
Dat weet ik niet meer.
Raadsheer-commissaris:
Hebt u verder nog iets wat u mij wilt verklaren?
[naam4] :
Nee, ik kom er zo gauw niet op.
Op vragen van mr. Brokers-Van Dijk:
Mr. Brokers-Van Dijk:
Hebt u voor dat getuigenverhoor in december 2024 contact gehad met notaris [naam2] ?
[naam4] :
Nee.
Mr. Brokers-Van Dijk:
Weet u toevallig of de advocaat van uw dochter contact heeft gehad met de notaris?
[naam4] :
Dat weet ik niet.
2.4
Uit de verklaring van de notaris volgt dat nadat een eerste concept van de akte aan partijen was gezonden, de voormelde bepaling vrij kort voor het ondertekenen aan de concept-akte is toegevoegd, en dat deze bepaling voor het ondertekenen is besproken. Zij neemt altijd de hele akte door en bijzondere clausules in het bijzonder. Ook de vrouw en haar ouders, die bij het ondertekenen van de akte aanwezig waren, hebben verklaard dat de notaris de bepaling over de uitsluitingsclausule heeft besproken. De vader van de vrouw vermeldt daarbij dat de notaris uitdrukkelijk heeft stilgestaan bij het feit dat geld buiten de gemeenschap bleef en ook of de man zich realiseerde wat dat betekende. Dat vrij kort voor het ondertekenen de bepaling aan de concept-akte is toegevoegd is, zoals de notaris verklaart, geen ongebruikelijke gang van zaken. De notaris heeft voorts verklaard dat op het bankafschrift van haar derdengeldrekening door de verzender van het geldbedrag als mededeling stond: ‘middelen verkregen uit uitsluitingsclausule’ of woorden van die strekking. Verder heeft de notaris verklaard dat de drie schenkingsaktes, van 2 november 2017 (€ 5.320), 6 november 2017 (€ 122.000) en 30 december 2016 (€ 55.000) alle drie op 13 december 2017 in haar digitale dossier zijn opgeslagen, en toen in haar bezit waren.
De vader van de vrouw heeft ook nog verklaard dat er voorafgaand aan de aankoop nog een discussie met de man geweest is, in 2017, over de schenkingen. De man had onvrede omdat hij dan over dat deel niet kon meeprofiteren. De vader verklaart dat de man daar gelijk in had, dat erover gesproken is en de man suggereerde dat er een lening zou kunnen worden gegeven in plaats van een schenking. De ouders van de vrouw hebben vanuit estate planning, om vermogen over te dragen aan hun kinderen, echter gekozen voor een schenking, aldus de vader.
2.5
De man heeft in zijn akte van 27 november 2024 nog aangevoerd dat het niet juist is dat de schenkingsaktes op 13 december 2017 in het digitale dossier van de notaris zaten, maar dat die schenkingsaktes pas op 17 augustus 2020 aan het digitale dossier van de notaris zijn toegevoegd. Hij verwijst hiervoor naar een overzicht van met hem digitaal gedeelde documenten van de notaris, waarop staat vermeld “schenking van geld met uitsluitingsclausule.pdf”, en onder het tabje “Toegevoegd op”: “17-08-2020”, anders dan de overige documenten die volgens dat overzicht in december 2017 zijn toegevoegd.
In een door de man zelf en ook door de vrouw overgelegde e-mail, van de medewerker van het notariskantoor die als contactpersoon staat vermeld op dat overzicht, van 22 maart 2022 aan de vrouw, heeft deze medewerker echter geschreven:
“Bij de overdracht van de woning in het project [naam5] aan u en de heer [verweerder] diende door u beiden uit eigen middelen een bedrag van € 166.654,02 te worden voldaan.
Als notariskantoor zijn wij verplicht de herkomst van eigen middelen te checken.
Daarop zijn door u kopieën-van-drie-schenkingsakten met een totaalbedrag van € 182.320,00 overlegd, welke op 13 december 2017 door ons zijn ontvangen en opgeslagen in ons dossier.”
Wat de man aanvoert geeft het hof daarom geen aanleiding om aan de juistheid van de verklaring van de notaris te twijfelen. Dat de gedigitaliseerde schenkingsaktes in 2020 aan het met de man gedeelde dossier zijn toegevoegd wil niet zeggen dat de schenkingsaktes niet in 2017 al in het bezit van de notaris waren.
2.6
De man stelt voorts dat hij niet wist dat sprake was van een uitsluitingsclausule en dat hij niet betrokken was bij de overmaking van het geld naar de notaris, maar dat de vrouw dat heeft gedaan en via zijn mail-account heeft gemaild hierover met haar vader. De vrouw weerspreekt dit echter en stelt dat partijen wel degelijk samen achter de computer hebben gezeten toen het geld werd overgeboekt, en dat zij de vermelding over de uitsluitingsclausule bij de overboekingen heeft gezet.
2.7
De vrouw heeft als getuige verklaard dat bij haar in het gezin vanaf het begin duidelijk was dat schenkingen bestemd waren voor de kinderen en dat er een uitsluitingsclausule voor was. Zij heeft bij haar akte van 17 maart 2025 en van 29 april 2025 nog bankafschriften overgelegd van haar spaarrekening (…) [nummer1] en haar bankrekening (…) [nummer2] , waaruit volgt dat op 11 december 2017 € 166.654,02 van haar spaarrekening naar haar bankrekening en op dezelfde datum vandaar naar de bankrekening van het notariskantoor is overgeboekt, met de omschrijving: “voldaan uit met schenkingen met uitsluitingsclausule verkregen privetegoed”. Uit het bankafschrift van haar spaarrekening volgt ook dat de vrouw op 11 december 2017 op haar spaar/bankrekening beschikte over (meer dan) dit bedrag. Op die datum heeft de vrouw ook een restitutie van € 16.000 ontvangen van [naam6] . Maar dat leidt niet tot de conclusie dat zij het bedrag aan de notaris mede vanuit dat tegoed heeft betaald, aangezien na de overmaking aan de notaris nog een hoger saldo dan € 16.000 resteerde.
2.8
Voorts wijst de man erop dat in het dossier van de notaris een schenkingsakte gedateerd 6 november 2017 zit, terwijl de vrouw als productie XV bij de rechtbank een schenkingsakte gedateerd 30 oktober 2017 heeft overgelegd. De man meent dat er aantoonbaar door de vrouw dan wel haar ouders is gerommeld bij het doen van deze schenking, zodat moet worden aangenomen dat die niet geclausuleerd is gedaan. Volgens de man blijkt uit de verklaring van de vader van de vrouw en uit de brief van 1 november 2017 – die niet aan de man bekend was - dat de ouders van de vrouw zich pas in 2017 hebben gerealiseerd dat bij of voorafgaand aan het doen van een schenking moet worden vastgelegd dat de schenking geclausuleerd is. Ook is de schenkingsakte gedateerd 30 december 2016 pas achteraf opgemaakt (en dus geantedateerd), aldus nog steeds de man, zodat geen sprake is van een geclausuleerde schenking. Voorts heeft hij nog aangevoerd dat de schenkingsakte gedateerd 30 december 2016 ziet op het bedrag van € 55.000, dat op 29 december 2016 zonder enige omschrijving is overgemaakt door de moeder/ouders van de vrouw aan de vrouw. Deze schenking is volgens de man dus niet geclausuleerd gedaan omdat de akte van schenking pas is gemaakt nadat de schenking was gedaan. De vrouw heeft dit gemotiveerd betwist.
2.9
De vader van de vrouw heeft op de vraag of de overschrijving van € 55.000 van 29 december 2016 bewust zonder nadere toelichting is gedaan verklaard dat dit niet zo is, en dat ‘we’ - het hof begrijpt: de ouders van de vrouw - ergens onderweg bewuster zijn geworden van het feit dat het verstandig is om ook op de overboeking deze zaken te vermelden, dat er meerdere schenkingen zijn geweest waarbij het niet expliciet op de overboekingen stond, maar zij dat in een latere fase wel zijn gaan doen.
De moeder van de vrouw heeft verklaard dat zij de overboekingen van de schenkingen deed, en dat zij zich na de overboeking van dit bedrag heeft bedacht dat ze er geen omschrijving bij had gezet. Ook heeft zij op de vraag van de raadsheer-commissaris of er in het gezin of tussen haar en haar dochter en schoonzoon weleens over gesproken werd dat schenkingen niet in de gemeenschap zouden vallen geantwoord dat ze het daarover hebben gehad.
2.1
Het hof constateert dat de vrouw (productie XV 1e aanleg) een door haar en haar ouders ondertekende schenkingsovereenkomst gedateerd 18 december 2016 tegelijk heeft overgelegd met de bankoverschrijving van 29 december 2016, en dat destijds aan de notaris een door de vrouw en haar ouders ondertekende schenkingsovereenkomst gedateerd 30 december 2016 is toegestuurd. Het hof gaat er wel van uit dat deze overeenkomsten over dezelfde schenking, die van eind 2016, gaan, omdat er toen alleen deze schenking is gedaan. In beide overeenkomsten is een uitsluitingsclausule opgenomen. Mogelijk is de schenkingsovereenkomst van 30 december 2016 nog opgemaakt om de omissie op de bankoverschrijving van 29 december 2016 waarover de moeder van de vrouw verklaart, te in te vullen/te herstellen, al is dit niet zeker. Daarbij constateert het hof dat de overeenkomst van 30 december 2016 zodanig dicht bij de overboeking van 29 december 2016 ligt dat er hoe dan ook vanuit gegaan moet worden dat bij de schenking is bepaald dat dit bedrag met een uitsluitingsclausule is geschonken, mede tegen de achtergrond van de estate planning van de ouders, die met warme hand gelden uit hun vermogen wilden schenken aan hun kinderen. Anderzijds heeft de man uiteindelijk geen bewijs geleverd van zijn vermoeden dat de ouders alle schenkingsaktes met uitsluitingsclausules eind 2017 hebben opgesteld en geantedateerd, zodat het op dat punt bij een onvoldoende onderbouwd vermoeden van de man is gebleven. Overigens is bij de schenkingen van € 5.320 en € 122.000 bij de overboeking “met uitsluitingsclausule” vermeld op de bankafschriften. Mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft de man het bewijsvermoeden van de akte van 13 december 2017, dat de koopprijs is voldaan met een onder uitsluitingsclausule gedane schenking niet ontzenuwd.
2.11
Gelet op het voorgaande slagen de grieven van de vrouw ten aanzien van de schenking onder uitsluitingsclausule van € 55.000 en falen de grieven van de man betreffende de schenkingen van 2 en 6 november 2017. Daarmee komt het hof tot het oordeel dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft op de gemeenschap op grond van uitgesloten schenkingen van
€ 166.654,02 (zijnde het aankoopbedrag van de grond voor de woning van € 165.693, vermeerderd met de bijkomende kosten van rente, notariskosten en kadasterkosten volgens de afrekening van de notaris). Daarmee slagen haar grieven met betrekking tot de hiervoor bedoelde schenking onder uitsluitingsclausule. De man voert nog aan dat de vrouw over de schenking van € 122.000 van 6 november 2017 nog € 12.200 schenkbelasting heeft betaald, zodat zij per saldo maar € 109.800 geschonken heeft gekregen. De vrouw weerspreekt dat. Het hof verwijst hiervoor naar overweging 3.22 in het tussenarrest van 27 augustus 2024; de schenkbelasting moet niet worden afgetrokken van het geclausuleerd geschonken bedrag.
2.12
Gelet op het voorgaande en op wat het hof in de tussenbeschikking van 27 augustus 2024 (onder 3.8 tot en met 3.14 en onder 3.21 tot en met 3.22) heeft overwogen over het vergoedingsrecht van de vrouw op de gemeenschap met toepassing van de beleggingsleer, heeft de man bij toedeling van de woning aan de vrouw aanspraak op een bedrag van
€ 210.868,10.
2.13
Het hof moet (zie overwegingen 3.7 en 3.26 van de beschikking van 27 augustus 2024) nog nader beslissen op grief 10 en 12 van de vrouw. Volgens de vrouw heeft zij in totaal € 363.111 aan schenkingen onder uitsluitingsclausule ontvangen, en resteert daarvan na aftrek van de kosten van de aankoop van de grond, meerwerk, aflossingen en rentebetalingen op de peildatum nog € 69.951.66, dan wel – als van het meerwerk alleen rekening wordt gehouden met de kosten direct verband houdende met de bouw van de woning € 90.6979,10. Meer subsidiair, als het hof vindt dat een deel van de schenkingen verteerd is en om die reden de uitsluitingsclausule is komen te vervallen, heeft ze nog een vergoedingsvordering op de gemeenschap vanwege het legaat van haar opa van € 20.616 onder uitsluitingsclausule (ontvangen op 23 mei 2019). Voor zover het hof grief 10 van de vrouw niet honoreert voert de vrouw aan dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat alle banksaldi van partijen bij helfte dienen te worden gedeeld. Het saldo dat op de peildatum (1 september 2020) op haar spaarrekening [nummer1] stond is onverteerd gebleven uit de schenkingen en het legaat, en komt aan de vrouw toe. Dit blijkt volgens de vrouw uit de Excel-overzichten die zij heeft gemaakt en enkele bankafschriften.
2.14
De man betwist deze stellingen van de vrouw; zij toont niet aan dat het geld van het legaat nog aanwezig is dan wel zou zijn aangewend om gemeenschapsschulden te voldoen.
Er is geld verteerd, en in de schenkingsovereenkomsten staat dat geld dat verteerd wordt niet meer voor vergoeding in aanmerking komt. De vrouw laat bovendien geen volledig beeld zien van het verloop van de rekeningen, zodat de man niet kan zien of de vrouw nog andere bedragen op die rekening heeft gestort. Ze heeft daarmee niet onderbouwd dat er alleen maar privévermogen op staat. Ze legt ook niet uit waarom er op haar betaalrekening per peildatum alleen nog maar privévermogen zou staan. De man vraagt in incidenteel hoger beroep dat de vrouw ter opvolging van de bestreden beschikking ter zake van de verdeling van de banksaldi € 8.904,97 aan hem moet betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2020.
2.15
In de tussenbeschikking van 27 augustus 2024 heeft het hof geoordeeld dat voldoende aannemelijk is dat de stichtingskosten van de woning uit uitgesloten vermogen zijn betaald, en dat niet is aangetoond dat de aflossingen en hypotheekrentetermijnen door de vrouw uit privévermogen zijn betaald. In de schenkingsovereenkomsten is bepaald dat geld dat verteerd wordt niet meer voor vergoeding in aanmerking komt. De vrouw heeft niet aangetoond dat er na de investeringen in de woning op de peildatum nog privévermogen van de vrouw uit de geclausuleerde schenkingen resteert. Zij heeft geen volledig inzicht gegeven in het verloop van haar betaalrekening [nummer2] en de spaarrekening [nummer1] . Met enkel de door haarzelf opgestelde Excel-overzichten en enkele bankafschriften heeft zij aan de man en aan het hof geen sluitend inzicht verschaft in het verloop van die spaarrekening en haar bankrekening [nummer2] . Ook een nader bewijsaanbod daartoe heeft de vrouw niet gedaan. De grieven van de vrouw ten aanzien van andere met uitsluitingsclausule geschonken bedragen falen.
2.16
Voor wat betreft het legaat van de opa van de vrouw geldt geen “verteringsbeding” zoals bij de schenkingsovereenkomsten. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 5 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:504) geldt dan ten gunste van de partij met het vergoedingsrecht het vermoeden dat de tijdens huwelijk uit het gemeenschapsvermogen voldane schulden gemeenschapsschulden zijn. Ook uitgaven in verband met consumptieve bestedingen of kosten van de huishouding zijn aan te merken als voldoening van gemeenschapsschulden. Het ligt dan op de weg van de andere echtgenoot (hier de man) om te stellen en zo nodig te bewijzen op grond waarvan het vergoedingsrecht van de vrouw jegens de gemeenschap niet (of niet volledig) geldend kan worden gemaakt. Dat is bijvoorbeeld het geval voor zover uit het gemeenschapsvermogen privéschulden van de vrouw zijn voldaan, of indien uitdrukkelijk of stilzwijgend is afgesproken dat er met betrekking tot bepaalde uitgaven ter zake van gemeenschapsschulden geen aanspraak op vergoeding is.
De enkele stelling van de man dat de vrouw niet heeft aangetoond dat het geld van het legaat nog aanwezig is dan wel zou zijn aangewend om gemeenschapsschulden te voldoen is onvoldoende om te kunnen oordelen dat dit vergoedingsrecht van de vrouw jegens de gemeenschap niet of niet volledig geldend kan worden gemaakt. De vrouw heeft dus jegens de gemeenschap recht op vergoeding van het legaat van haar opa van € 20.616. In zoverre slagen de grieven van de vrouw. Grief 2 van de man faalt.
Hypotheeklasten na peildatum
2.17
De vrouw vraagt nog vergoeding van de helft van de hypotheeklasten die zij na de peildatum tot aan de overdracht van de woning heeft voldaan (grief 13). De man betwist dit. De vrouw heeft de in november 2022 geplande overdracht niet door laten gaan waardoor de lasten voor hem ongewild langer doorliepen. Vanaf september 2020 was er een birdnesting regeling en vanaf september 2021 had de man een eigen huurwoning. Voorts is er bij de beschikking voorlopige voorzieningen van 13 december 2021 rekening mee gehouden dat de vrouw de volledige rente en aflossing voor de hypotheek voldeed.
2.18
Het hof oordeelt als volgt. Nu partijen vanaf de peildatum tot september 2021 een birdnesting regeling hadden moeten zij de gebruikerslasten en eigenaarslasten anders dan voortvloeiend uit de hypotheek over die periode samendragen. Over de periode daarna had de man niet meer het genot van de woning. Daarom is het redelijk dat de vrouw over die periode de gebruikerslasten en de hypotheekrente en bijkomende kosten draagt. Voor wat betreft de aflossingen geldt dat de vrouw vanaf september 2020 tot aan de datum van overdracht ook het deel vermogensopbouw van de man heeft betaald, en dit deel moet hij aan haar terugbetalen. Dat de overdracht uiteindelijk een half jaar later, op 31 mei 2023 heeft plaatsgevonden, en ook de omstandigheid dat bij voorlopige voorziening een andere regeling is getroffen leidt bij deze verdeling van de kosten niet tot een ander oordeel. Grief 13 van de vrouw slaagt gedeeltelijk.

3.De conclusie

De man heeft ter zake van de door de vrouw overgenomen voormalige echtelijke woning een vordering wegens overbedeling van € 210.868,10. De vrouw heeft jegens de gemeenschap daarnaast nog recht op betaling van het legaat van haar opa van € 20.616 en jegens de man op de helft van het totaalbedrag aan aflossingen op de hypotheek dat zij vanaf 1 september tot en met 31 mei 2023 heeft betaald.
Het hof zal de proceskosten tussen partijen compenseren zo dat ieder de eigen kosten draagt, omdat het de afwikkeling van het huwelijkse vermogen betreft.
Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen. Ten aanzien van de overige gebruikerslasten na de peildatum verwijst het hof ten overvloede naar overweging 3.5 van de tussenbeschikking van 27 augustus 2024.

4.De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:
4.1
Vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 28 juli 2022 voor zover het betreft het in overweging 4.8.b en 4.8.c vermelde vergoedingsrecht van de vrouw, bekrachtigt die beschikking voor het overige voor zover aan het hof voorgelegd en doet opnieuw recht;
4.2
Bepaalt dat de man ter zake van de door de vrouw overgenomen voormalige echtelijke woning een vordering heeft wegens overbedeling van € 210.868,10;
4.3
Bepaalt dat de vrouw jegens de ontbonden huwelijksgemeenschap een vergoedingsrecht heeft ter zake van het legaat van haar opa van € 20.616;
4.4
Bepaalt dat de man aan de vrouw de helft moet vergoeden van het bedrag dat de vrouw heeft betaald aan aflossingen van de hypotheekschuld over de periode vanaf 1 september 2020 tot en met 31 mei 2023;
4.5
Compenseert de proceskosten tussen partijen en wel zo dat ieder de eigen kosten draagt;
4.6
Wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.L. van der Bel, R. Prakke-Nieuwenhuizen en L. Hamer, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, en is op 23 oktober 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.