De vader en moeder zijn gezamenlijk gezaghebbend over twee minderjarige kinderen die bij de vader wonen. Na echtscheiding is een zorgregeling overeengekomen waarbij de kinderen hoofdzakelijk bij de moeder woonden, maar dit is gewijzigd. Sinds maart 2023 staan de kinderen onder toezicht van Jeugdbescherming en vanaf februari 2025 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI).
De moeder verzocht om een zorgregeling waarbij zij meer contact met de kinderen zou hebben. De rechtbank wijzigde de zorgregeling en gaf de GI de regie over de vormgeving van de zorgregeling, inclusief contactherstel. De vader ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof ontving diverse stukken, waaronder brieven van de kinderen en het beroepschrift van de vader. Tijdens de zitting waren partijen en vertegenwoordigers van de GI en de raad voor de kinderbescherming aanwezig. Het hof oordeelde dat de GI de regie moet houden omdat de kinderen veel weerstand tonen tegen contact met de moeder en contactherstel niet is gelukt. De raad adviseerde ruimte voor contact te behouden. Het hof bekrachtigde de beslissing van de rechtbank en wees het beroep van de vader af.