Uitspraak
1.De procedure bij de rechtbank
2.De procedure bij het hof
- de nagekomen stukken van [appellanten] van 12 september 2025;
- de nagekomen stukken van [appellanten] van 18 september 2025.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellanten, beiden voormalige vennoten van een failliete vof, hadden hun verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) door de rechtbank afgewezen omdat zij niet aannemelijk hadden gemaakt te goeder trouw te zijn ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden. De rechtbank vond ook dat zij niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij aan de verplichtingen uit de wsnp zouden voldoen.
In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat appellanten de omstandigheden die bepalend waren voor het ontstaan van de schulden onder controle hebben gekregen. De onderneming was failliet verklaard, de bron van de schulden was weggevallen, en zij werkten inmiddels beiden in loondienst met een stabiel inkomen en voldoende afloscapaciteit. Tevens hebben zij in hoger beroep voldoende inzicht verschaft in hun schuldenlast en financiële situatie.
Het hof oordeelde dat het beroep op de hardheidsclausule slaagt, waardoor ondanks het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schulden, de wsnp toch kan worden toegepast. De wsnp-termijn begint op de dag van deze uitspraak, omdat geen eerdere aflossingen of spaarsaldi tijdens het minnelijke traject zijn gebleken.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de wsnp van toepassing op appellanten, waarmee zij een nieuwe kans krijgen om hun schulden te saneren onder toezicht van de wsnp.
Uitkomst: Het hof verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op appellanten ondanks het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schulden.