Uitspraak
1.De procedure bij de rechtbank
2.De procedure bij het hof
- de op 8 augustus 2025 door mr. Smit ingediende aanvullende stukken;
- de op 18 september 2025 door mr. Smit ingediende aanvullende stukken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 september 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, dat op 21 mei 2025 werd gewezen. De appellante, een 36-jarige vrouw, had verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) na een periode van onverantwoord ondernemerschap. De rechtbank had haar verzoek afgewezen, omdat zij niet te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. De appellante had een eenmanszaak waarin zij shea butter verkocht, maar had deze in januari 2025 verkocht en was uitgeschreven uit het handelsregister. Ondanks haar beperkte inkomsten en gezondheidsproblemen, had zij niet aangetoond dat zij in staat was om de verplichtingen uit de wsnp na te komen. Het hof oordeelde dat de appellante onvoldoende inzicht had in haar financiële situatie en dat haar beroep op de hardheidsclausule niet kon slagen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarmee de afwijzing van het verzoek tot wsnp werd bevestigd.