ECLI:NL:GHARL:2025:5953

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
30 september 2025
Zaaknummer
Wahv 200.350.198/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor snelheidsoverschrijding buiten bebouwde kom ondanks betwisting bebording

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 23 km/u te hard op een weg buiten de bebouwde kom, aangeduid met verkeersbord A1, op 19 april 2023 te Mijnsheerenland. De betrokkene betwistte de aanwezigheid van de relevante bebording (A1 en G2) op de plaats en tijd van de overtreding.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat uit schouwrapporten en schouwlijsten blijkt dat de bebording op 17 maart en 26 april 2023 aanwezig was. De betrokkene voerde aan dat er geen foto’s van de bebording waren gemaakt bij de schouw, wat volgens hem noodzakelijk was volgens de werkinstructies.

Het hof stelde vast dat de schouwrapporten voldoende bewijs leveren voor de aanwezigheid van de bebording en dat afwijking van de werkinstructies niet leidt tot het niet opleggen van een sanctie. Daarnaast oordeelde het hof dat het bord G2 (einde autosnelweg) wel degelijk aanwezig was op de pleegdatum, zoals bevestigd door Google Maps Street View.

Het hof constateerde een motiveringsgebrek in de beslissing van de kantonrechter omtrent het bord G2, maar verbeterde dit en bevestigde de beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van € 248,- voor snelheidsoverschrijding buiten de bebouwde kom en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.350.198/01
CJIB-nummer
: 257299325
Uitspraak d.d.
: 30 september 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 12 november 2024, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 248,- voor: “23 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord a1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 april 2023 om 10.11 uur op de N217 (kruising Vrouwe Huisjesweg) in Mijnsheerenland met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de betrokkene de gedraging ontkent en betwist dat hij een bord G2 of A1-50 is gepasseerd. Anders dan de kantonrechter heeft geoordeeld, bevinden zich in het dossier geen stukken waarmee de aanwezigheid van de bebording ten tijde van de gedraging aannemelijk is gemaakt op de door de betrokkene aangegeven route. Uit de ‘Werkinstructie schouw bebording bij flitspalen’ volgt dat bij een initiële bordenschouw ook foto’s van de bebording moet worden gemaakt. Hierin staat de volgende passage opgenomen: “
Verschil initiële schouw en periodieke schouw bij flitspalen: De initiële schouw is veel uitgebreider dan de periodieke schouw en is de basis waar de periodieke schouwingen op volgen. Het is bij deze initiële schouw de bedoeling dat bij de bordenschouw ook een foto wordt gemaakt voorzien van een duidelijke locatieaanduiding.”Dit volgt ook uit de ‘Checklist incidentele schouw digitale flitspaal en bebording’. Bij de incidentele schouw van 5 december 2022 zijn echter geen foto’s van de bebording gevoegd, aldus de gemachtigde. Er kan derhalve niet worden vastgesteld of, en indien welke, bebording is gecontroleerd.
3. Namens de betrokkene is niet betwist dat met de gemeten snelheid is gereden. De vraag die voorligt is of de aanwezigheid van de bebording G2 of A1-50 ten tijde van de gedraging met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld.
4. In beroep bij de kantonrechter is namens de betrokkene een rijroute opgegeven, waarbij de betrokkene vanaf de A29 in de noordoostelijke richting de afslag 21 heeft genomen en vervolgens rechtsaf is geslagen naar de N217. Deze weg heeft de betrokkene gevolgd tot de plek waarop de vermeende gedraging is verricht.
5. Uitgangspunt is dat de aanwezigheid van de bebording ten tijde van de gedraging met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld als blijkt dat deze bebording aanwezig was op enig moment niet meer dan zes maanden vóór en niet meer dan zes maanden ná de gedraging. Is één van deze termijnen langer, dan zal uit (nadere) stukken moeten blijken dat na verificatie van daarvoor beschikbare bronnen is gebleken dat dit bord in de tussentijd niet is verwijderd of vervangen (vgl. het arrest van het hof van 12 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7804).
6. De kantonrechter heeft overwogen dat zich in het dossier een schouwrapport d.d. 5 december 2022 bevindt, waarbij een schouwlijst is gevoegd. Op basis van het overzicht bij die schouwlijst acht de kantonrechter het aannemelijk dat op 17 maart 2023 en 26 april 2023 een schouw is uitgevoerd, waarbij de bebording telkens in goede orde is aangetroffen. Aanwijzingen dat dit op de datum van constatering anders zou zijn geweest, zijn er niet, aldus de kantonrechter.
7. Het hof stelt vast dat het dossier twee foto’s bevat. Hierop is het voertuig met het kenteken [kenteken] te zien. Als locatie is vermeld “3681 Mijnsheerenland N217/ kruising Vrouwe Huisjesweg”. Het dossier bevat voorts een proces-verbaal van schouw digitale flitspaal d.d. 5 december 2022. Dit proces-verbaal betreft HHM-nummer 3861, Mijnsheerenland ter hoogte van hmp 19.4 Hoeksche Waard en in dit proces-verbaal verklaart de ambtenaar onder meer dat ter plaatse de bebording (A1-50) conform de huidige wet- en regelgeving is geplaatst. Hierbij zijn schouwlijsten gevoegd. Deze schouwlijsten hebben, gelet op het HHM-nummer (3861) en de straatnaam (Provincialeweg), onder meer betrekking op de desbetreffende bebording. Bij de datum zijn onder andere “17 maart 2023, “26 april 2023”,”16 mei 2023” vermeld en hierbij is vermeld dat sprake is van akkoord.
8. Het hof acht op basis van de op voormelde schouwlijsten aanwezige informatie aannemelijk dat de ambtenaar (in ieder geval) op 17 maart 2023 en 26 april 2023 een schouw heeft uitgevoerd, waarbij de bebording (A1-50) in goede orde is aangetroffen. In zoverre heeft de kantonrechter overwogen overeenkomstig hetgeen het hof in het hiervoor onder 5. opgenomen arrest heeft overwogen. De door de gemachtigde aangevoerde grond dat zich in het dossier geen stukken bevinden waarmee de aanwezigheid van voornoemde bebording kan worden aangetoond, treft dan ook geen doel.
9. Voor zover de gemachtigde stelt dat de betrokkene het bord G2 (einde autosnelweg) niet is gepasseerd, overweegt het hof als volgt. Het hof stelt vast dat de kantonrechter deze grond niet heeft besproken. Er is sprake van een motiveringsgebrek in de beslissing van de kantonrechter. Het hof zal de aangevoerde grond alsnog beoordelen. Het hof stelt vast dat op basis van de foto’s van de gedraging dat het voertuig van de betrokkene zich ten tijde van de snelheidsmeting bevond op de N217 ter hoogte van de kruising Vrouwe Huisjesweg (een weg buiten de bebouwde kom, niet zijnde een auto(snel)weg). Naar aanleiding van de door de gemachtigde overgelegde rijroute van de betrokkene heeft het hof zich mede georiënteerd op de situatie ter plaatse door het raadplegen van Google Maps Street View. Daaruit volgt dat vlak voor de afslag naar de N217 aan de rechterkant van de rijbaan het bord G2 staat aangegeven. Een aantal meters achter het bord is hectometerpaal 16.3 geplaatst. Uit Google Maps Street View blijkt verder dat het betreffende bord in elk geval op de pleegdatum (april 2023) deugdelijk aanwezig was. Het verweer faalt.
10. Voor wat betreft de grond dat naast een schouwrapport ook een foto is vereist voor de vaststelling van de aanwezigheid van de bebording en de gemachtigde hierbij verwijst naar de ‘Werkinstructie schouw bebording bij flitspalen’ en de ‘Checklist incidentele schouw digitale flitspaal en bebording’, overweegt het hof als volgt. Nog los van de vraag welke betekenis toekomt aan beide stukken - zeker nu de gemachtigde een willekeurig aantal pagina’s heeft ingebracht -, is het hof van oordeel dat de enkele omstandigheid dat in het onderhavige geval is afgeweken van een werkinstructie van het Openbaar Ministerie, niet betekent dat geen sanctie aan de betrokkene mag worden opgelegd. De grond treft dan ook geen doel.
11. De gronden van de gemachtigde slagen niet. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter, gelet op het hiervoor geconstateerde motiveringsgebrek, bevestigen met verbetering van gronden. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van de gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Reuver als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.