Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[erflaatster],
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker, handelend als executeur testamentair en vereffenaar, diende een wrakingsverzoek in tegen raadsheer J.P.H. van Driel van Wageningen, omdat deze raadsheer eerder betrokken was bij een arrest in een andere procedure waarin verzoeker partij was. Verzoeker stelde dat de onpartijdigheid van de raadsheer in de huidige procedure niet buiten redelijke twijfel stond vanwege de nauwe verbanden tussen de zaken en de traumatische bejegening in de eerdere procedure.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering en het vermoeden van onpartijdigheid van rechters. Er werden geen uitzonderlijke omstandigheden of zwaarwegende aanwijzingen gevonden die het vermoeden van onpartijdigheid konden doorbreken. Het feit dat de raadsheer eerder betrokken was bij een andere zaak met verzoeker als partij, en dat verzoeker destijds kritisch bevraagd werd, vormde geen grond voor wraking.
De wrakingskamer benadrukte dat het kritisch bevragen van een partij door de rechter een kerntaak is en dat een nadelige beslissing in een eerdere zaak niet automatisch leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid in een andere procedure. De wrakingskamer verklaarde het wrakingsverzoek dan ook ongegrond en wees het af.
De beslissing werd op 11 september 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bestaande uit voorzitter J. Sap en raadsheren F.A.M. Bakker en R.F.C. Spek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer Van Driel van Wageningen is ongegrond verklaard en afgewezen.