Appellant, een alleenstaande man van 47 jaar, met een geschiedenis van gokverslaving en schulden van ruim €84.000, woont sinds september 2024 in een beschermde woonvorm en staat onder beschermingsbewind sinds augustus 2024. De rechtbank had zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) afgewezen vanwege onvoldoende controle over zijn alcoholverslaving en de vrees dat hij zijn verplichtingen niet zou nakomen.
In hoger beroep stelt het hof vast dat de schulden meer dan drie jaar geleden zijn ontstaan, waardoor de goede trouw ten aanzien van het ontstaan niet ter beoordeling staat. Het hof acht voldoende aannemelijk dat appellant zijn verplichtingen zal nakomen, mede vanwege zijn beschermingsbewind, stabiele situatie sinds februari 2025, en bereidheid om een bedrag van €10.000, toegekend als slachtoffer van de toeslagenaffaire, beschikbaar te stellen voor schuldeisers.
Het hof overweegt dat appellant zijn gokverslaving onder controle heeft en actief werkt aan zijn alcoholverslaving. De termijn van de wsnp begint op de dag van deze uitspraak, omdat onvoldoende informatie is verstrekt om een alternatieve aanvangsdatum vast te stellen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de wsnp van toepassing.