Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
4.De beoordeling in hoger beroep
Rechter-commissaris:
5.De beslissing
op 28 januari 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van een bestuurder van een Stichting die persoonlijk aansprakelijk werd gesteld voor een leaseovereenkomst van een Mercedesbus die de Stichting niet kon nakomen. De Stichting had geen bankrekening en geen inkomsten, waardoor de leasebetalingen niet voldaan konden worden. De kantonrechter veroordeelde de bestuurder tot betaling van € 21.240,41 aan de leasemaatschappij.
In hoger beroep betwistte de bestuurder zijn aansprakelijkheid en stelde dat hij niet zelfstandig bevoegd was de overeenkomst aan te gaan en dat de inhoud van de overeenkomst anders was dan gesteld. Het hof oordeelde dat de bestuurder wel degelijk namens de Stichting de overeenkomst had ondertekend en zich bewust was van de betalingsverplichtingen. Hij had meerdere malen het leasebedrag betaald vanuit privé.
Het hof stelde vast dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt omdat hij wist of had moeten weten dat de Stichting niet aan haar verplichtingen kon voldoen. De bestuurder had onverantwoord risico genomen door de overeenkomst aan te gaan zonder dat er inkomsten of een bankrekening waren en zonder schriftelijke afspraken met de Kringloopwinkel die de bus gebruikte.
De eerdere veroordeling van de kantonrechter werd bekrachtigd en de bestuurder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de veroordeling van de bestuurder tot betaling van € 21.240,41 wegens persoonlijk ernstig verwijt voor niet-nakoming van de leaseovereenkomst.