De man en vrouw, beiden met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, zijn in 2015 en 2017 getrouwd en hebben twee kinderen geboren in 2018. De rechtbank had het Nederlandse huwelijk nietig verklaard en de echtscheiding uitgesproken op basis van het Marokkaanse huwelijk. De rechtbank stelde kinderalimentatie vast op € 25,- per kind per maand en wees partneralimentatie af.
De vrouw ging in hoger beroep en verzocht om hogere kinderalimentatie en partneralimentatie. Het hof bevestigde de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en het toepasselijke recht. Het hof oordeelde dat de kinderalimentatie terecht als wijziging werd beoordeeld en dat de behoefte van de kinderen was vastgesteld op € 839,- per maand, gebaseerd op een netto gezinsinkomen van € 3.515,-.
De draagkracht van de man was betwist; hij ontvangt een WIA-uitkering maar gaf onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie. Het hof schatte zijn netto besteedbaar inkomen op € 2.795,- per maand, rekening houdend met een geschat inkomen bovenop de uitkering. De woonlasten van de man werden forfaitair meegenomen. De man heeft een draagkracht van € 481,- per maand. Omdat het gezamenlijke draagkrachttekort meer dan twee keer zo groot is als de zorgkorting, moet de man zijn volledige draagkracht betalen als kinderalimentatie. Partneralimentatie werd afgewezen wegens gebrek aan draagkracht.