In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van een advocaat centraal die een beroepsfout beging door niet tijdig hoger beroep in te stellen tegen een Beschikking partneralimentatie uit 2021. Hierdoor werd de beschikking onherroepelijk en liep de appellant aanzienlijke partneralimentatie mis.
De rechtbank had eerder een beperkte schadevergoeding toegekend, maar het hof beoordeelde de zaak opnieuw. Het hof paste de leer van de kansschade toe, waarbij werd vastgesteld dat het niet met zekerheid kon worden vastgesteld hoe het hoger beroep zou zijn beslist. Daarom werd een inschatting gemaakt van de goede en kwade kansen van de appellant.
Het hof concludeerde dat de kans op toewijzing van een partneralimentatie van € 3.000 netto per maand op 50% werd geschat over de periode van 15 september 2021 tot 15 april 2023. Dit leidde tot een schadevergoeding van € 28.500, vermeerderd met wettelijke rente. De gevorderde immateriële schadevergoeding en incassokosten werden afgewezen. Het incidenteel beroep van de advocaat faalde, en de proceskosten werden aan de advocaat opgelegd.