ECLI:NL:GHARL:2025:3532
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schenking van €75.000 en niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens schending waarheidsplicht
Deze civiele zaak betreft de vraag of erflater een schenking van €75.000 in contanten aan appellante heeft gedaan en of deze schenking vernietigbaar is wegens misbruik van omstandigheden. De enige erfgenaam, geïntimeerde, stelt dat de schenking nietig moet worden verklaard en dat het bedrag moet worden terugbetaald. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat de schenking heeft plaatsgevonden en dat appellante heeft gelogen over het bestaan ervan, waardoor zij niet meer mocht bewijzen dat er geen sprake was van misbruik van omstandigheden.
In hoger beroep bevestigt het hof dat erflater daadwerkelijk €75.000 heeft geschonken aan appellante. Het hof acht de verklaringen van geïntimeerde en getuigen geloofwaardig en vindt het verhaal van appellante inconsistent en ongeloofwaardig. Appellante heeft de waarheidsplicht geschonden door bewust te liegen over de schenking, waardoor zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar hoger beroep tegen eerdere vonnissen.
Daarnaast wordt appellante veroordeeld tot betaling van de proceskosten, inclusief kosten van conservatoir beslag. Het incidenteel hoger beroep van geïntimeerde wordt toegewezen, terwijl het principaal hoger beroep van appellante wordt afgewezen. De vonnissen van de rechtbank worden bekrachtigd en de proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar hoger beroep wegens schending van de waarheidsplicht; zij wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.