Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en de man hadden een affectieve relatie en samen een kind, [de minderjarige1], geboren in 2023. De vader, die niet de biologische verwekker is, had het kind als ongeboren vrucht erkend met toestemming van de moeder. Uit een DNA-rapport bleek dat de man de biologische vader is. De rechtbank vernietigde de erkenning door de vader en verleende vervangende toestemming aan de man om het kind te erkennen, waarbij de kosten van het DNA-onderzoek gelijkelijk werden verdeeld.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en verzocht het hof de erkenning door de vader te handhaven en haar te ontheffen van betaling van de DNA-kosten. Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de man en het kind bij het verlenen van toestemming aan de vader, waardoor de erkenning door de vader terecht werd vernietigd. Tevens werd vastgesteld dat de man geen tijdige mogelijkheid had gekregen om het kind te erkennen.
Vervangende toestemming werd aan de man verleend omdat hij de biologische vader is en het belang van het kind en de man bij erkenning zwaarder woog dan de emotionele weerstand van de moeder. De kosten van het DNA-onderzoek werden gelijkelijk verdeeld tussen de moeder en de man. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vernietiging van de erkenning door de vader en verleent vervangende toestemming aan de man om het kind te erkennen, met gelijke verdeling van de DNA-kosten.