De man en vrouw zijn ouders van een minderjarige die bij de vrouw woont. De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €602 per maand vanaf 1 juli 2024. De man ging in hoger beroep en verzocht verlaging naar €41 per maand. Het hof herzag de draagkracht van partijen, waarbij het inkomen van de man, zijn onderhoudsplicht voor andere kinderen en de zorgregeling werden betrokken.
De man stelde dat zijn winst uit onderneming in 2024 lager was door slechte weersomstandigheden en minder werk, maar het hof oordeelde dat dit inkomen redelijkerwijs kon worden verwacht. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €1.130 en die van de vrouw op €1.397 per maand. De zorgkorting voor de man werd vastgesteld op 25% van de behoefte, wat neerkomt op €220 per maand.
Het hof concludeerde dat de man vanaf 1 juli 2024 €487 per maand aan kinderalimentatie moet betalen, verhoogd met 6,5% indexering vanaf 1 januari 2025 tot €519 per maand. Tevens werd een terugbetalingsverplichting van de vrouw aan de man vastgesteld wegens te veel betaalde alimentatie. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed een nieuwe vaststelling.