ECLI:NL:GHARL:2025:245
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij overschrijding redelijke termijn in bestuursstrafrechtelijke zaak
In deze bestuursstrafrechtelijke zaak heeft de betrokkene hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep gedeeltelijk gegrond verklaarde vanwege overschrijding van de redelijke termijn van berechting en het sanctiebedrag matigde tot €187,50. De kantonrechter wees het verzoek om proceskostenvergoeding af op grond van samenhang met tien andere zaken, waarbij werd aangenomen dat de werkzaamheden van de gemachtigde nagenoeg identiek waren.
Het hof oordeelde dat de enkele omstandigheid dat in alle zaken het beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard wegens termijnoverschrijding onvoldoende is om samenhang aan te nemen. De aard en omvang van de werkzaamheden van de gemachtigde verschillen immers per zaak, omdat het om verschillende gedragingen, locaties en rechtsvragen gaat. De kantonrechter heeft dit onjuist beoordeeld.
Daarom vernietigt het hof het besluit over de proceskostenvergoeding en kent een zelfstandige vergoeding toe voor de kosten van rechtsbijstand in deze zaak. De vergoeding wordt berekend aan de hand van punten toegekend voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting, met toepassing van een wegingsfactor passend bij de lichte aard van de zaak. De advocaat-generaal wordt veroordeeld tot betaling van €1.133,75 aan proceskosten.
De overige beslissingen van de kantonrechter worden bevestigd. Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in openbare zitting op 21 januari 2025.
Uitkomst: Het hof kent een proceskostenvergoeding van €1.133,75 toe en vernietigt het besluit van de kantonrechter hierover.