Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
Verbetering en aanvulling bewijsoverweging feit 1 (p. 2-6 van het vonnis)
Ik vind het echt afknapper dat je mijn slipjes telkens mee neemt. Te absurd voor woorden. Heb ik je al tig keer aangegeven. Blijf er van af. Zoek iemand aan wie je echt kan zitten en ruiken. Ik ben diegene niet meer. We hebben alleen maar ruzie of onenigheid. Wordt gewoon gelukkig met iemand anders. Dit gedrag trek ik echt niet meer.” [3]