Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak verzocht een zoon (verzoeker) de kantonrechter om een bewind in te stellen over de goederen van zijn moeder, die lijdt aan dementie en niet meer in staat is haar financiële belangen te behartigen. De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna het verzoeker hoger beroep instelde.
Het hof stelde vast dat de moeder, geboren in 1937, met 24-uurs zorg in een gesloten zorgcentrum verblijft en blijvend niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen te regelen. Dit werd bevestigd door een VIA-arts en de kantonrechter die haar bezocht. Partijen waren het eens over de noodzaak van verkoop van het huis, waarvoor duidelijkheid over de vertegenwoordiging nodig is.
Het hof oordeelde dat een bewind noodzakelijk is en volgde de voorkeur van de rechthebbende en haar familie om de verweerder, een van haar kinderen die al haar belangen behartigt, als bewindvoerder te benoemen. De eerdere beschikking van de kantonrechter werd vernietigd en het hof stelde het bewind in met benoeming van de verweerder als bewindvoerder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt de afwijzing en stelt het bewind in over de goederen van de moeder, met benoeming van de verweerder als bewindvoerder.