ECLI:NL:GHARL:2025:1144

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 februari 2025
Publicatiedatum
27 februari 2025
Zaaknummer
Wahv 200.348.199/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging matiging sanctiebedrag wegens overschrijding redelijke termijn en persoonlijke omstandigheden

In hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een administratieve sanctie voor het niet afsluiten en in stand houden van een bromfietsverzekering, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beslissing van de kantonrechter bevestigd.

De kantonrechter had het oorspronkelijke sanctiebedrag van €370 eerst met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting, en vervolgens verder gematigd tot €185 vanwege persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat normaliter de matiging vanwege persoonlijke omstandigheden tot de helft van het sanctiebedrag zou moeten leiden, met een aanvullende korting van 25% voor termijnoverschrijding.

Het hof oordeelde dat de kantonrechter een zekere beoordelingsruimte heeft bij het bepalen van de mate van matiging en dat de aangevoerde omstandigheden niet anders behoorden te worden gewaardeerd. De omstandigheid dat in andere zaken lagere sanctiebedragen zijn vastgesteld, rechtvaardigt geen andere beslissing in deze zaak. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de matiging van het sanctiebedrag tot €185 en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.348.199/01
CJIB-nummer
: 243136214
Uitspraak d.d.
: 27 februari 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 23 september 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 185,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 905,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 370,- opgelegd voor: “voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie eerst gematigd met 25 procent omdat de redelijke termijn van berechting is overschreden. Vervolgens heeft de kantonrechter het sanctiebedrag verder gematigd tot € 185,- vanwege de aangevoerde persoonlijke omstandigheden.
2. De gemachtigde van de betrokkene kan zich niet vinden in de beslissing van de kantonrechter. Hij voert aan dat normaliter de omstandigheden in zaken zoals de onderhavige al aanleiding geven het sanctiebedrag te matigen tot de helft. Gelet op de schending van de redelijke termijn dient daarover dan een aanvullende korting van 25 procent plaats te vinden. In dit geval heeft de kantonrechter (per saldo) slechts gematigd met 25 procent vanwege de omstandigheden van het geval.
3. Aan de gemachtigde kan worden toegegeven dat, gelet op overweging 16 van het arrest van het hof van 28 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6369, de matiging van het sanctiebedrag (met 25%) in verband met overschrijding van de redelijke termijn van berechting dient te worden toegepast op het sanctiebedrag zoals dat in de procedure bij de kantonrechter moest worden vastgesteld, derhalve op het sanctiebedrag dat (door de kantonrechter) gematigd is in verband met de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht dan wel de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert. Uitgaande van deze systematiek is de hier door de kantonrechter toegepaste matiging op het sanctiebedrag in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene groter dan 25%.
4. De kantonrechter heeft een zekere beoordelingsruimte bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht dan wel de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert het lager vaststellen van het bedrag van de sanctie rechtvaardigen. De gemachtigde heeft geen argumenten aangevoerd die maken dat de kantonrechter de aangevoerde omstandigheden anders had moeten waarderen dan de kantonrechter hier heeft gedaan. De omstandigheid dat kantonrechters in andere zaken tot een andere afweging komen en een lager sanctiebedrag vaststellen, maakt niet dat de kantonrechter in deze zaak dat ook heeft moeten doen.
5. De grond van de gemachtigde slaagt niet. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.