Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 6 september 2024;
- het verweerschrift van de voogd;
- een journaalbericht van mr. Van Harskamp van 22 januari 2025 met productie, en
- een bericht van de voogd van 4 februari 2025 met productie.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de voogd, en
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
3.De feiten
- de moeder is sensitief richting [de minderjarige] en is emotioneel voldoende stabiel;
- de moeder geeft voldoende inzicht in haar ziektebeeld, zodat de voogd een inschatting kan maken over het al dan niet laten doorgaan van de omgang, en
- de moeder zal vrede moeten sluiten met het feit dat [de minderjarige] opgroeit in het pleeggezin van haar grootouders en dat zij een moeder op afstand is.
4.De omvang van het geschil
- de regie voor het afbreken van het contactmoment bij de begeleidende instantie ligt, in het geval door het gedrag van de moeder voor of tijdens het contactmoment een verdere voortzetting van het contactmoment niet meer veilig en/of verantwoord is en
- de regie voor de vormgeving en verdere uitbreiding van de omgangsregeling bij de voogd ligt.