Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 november 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van de moeder om de beschikking van de rechtbank Gelderland van 7 juni 2024 te schorsen. Deze beschikking regelt het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind en de verdeling van zorg- en opvoedingstaken.
De moeder verzocht om schorsing van de werking van deze beschikking, die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Het hof overwoog dat schorsing mogelijk is indien het belang van de verzoekende partij bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan dat van de wederpartij. De moeder verwees in haar verzoekschrift echter slechts algemeen naar haar hoofdzaak zonder specifieke onderbouwing, waardoor het verzoek onvoldoende was gemotiveerd.
Tijdens de mondelinge behandeling bleef onduidelijk of de moeder schorsing wenste van de zorgregeling, het gezag, of beide. Dit gebrek aan duidelijkheid belemmerde een goede verdediging door de vader en was in strijd met de goede procesorde. Het hof concludeerde dat er geen grond was om de beschikking te schorsen en wees het verzoek af. De moeder en vader blijven gezamenlijk het gezag uitoefenen en de zorgregeling blijft van kracht totdat het hof in de hoofdzaak uitspraak doet.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de beschikking inzake gezag en zorgregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.