In deze civiele zaak staat de vraag centraal of arbitrale vonnissen vernietigd moeten worden omdat de scheidslieden het beginsel van hoor en wederhoor en onpartijdigheid hebben geschonden. Het geschil betreft de afwikkeling van een agrarische vennootschap onder firma tussen partijen, waarbij drie arbitrale vonnissen zijn gewezen.
Het hof stelt vast dat één van de scheidslieden zelf een taxatierapport heeft opgesteld dat mede ten grondslag lag aan het eindvonnis, zonder dat partijen de gelegenheid hebben gehad zich hierover uit te laten. Dit vormt een schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor en is derhalve in strijd met de openbare orde. De arbitrale vonnissen worden daarom in zoverre vernietigd.
Het hof oordeelt echter dat de arbitrale commissie deze schending kan herstellen door alsnog hoor en wederhoor toe te passen en een nieuwe beslissing te nemen. Daarom wordt de vernietigingsprocedure geschorst voor zes maanden om deze heropening mogelijk te maken. De overige onderdelen van de arbitrale vonnissen worden niet vernietigd omdat zij niet in onverbrekelijk verband staan met het vernietigde deel.
De vordering tot vernietiging is tijdig ingesteld en ontvankelijk. Verdere inhoudelijke kritiek op de arbitrale vonnissen wordt niet behandeld vanwege de beperkte toetsingsruimte in de vernietigingsprocedure. De zaak wordt verwezen naar de commissie van scheidslieden voor herstel en de verdere beslissing wordt aangehouden.