Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Samen Veilig Midden-Nederland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen werd verlengd tot 1 november 2024. De ouders, gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, betwisten deze verlenging en de rol van het Openbaar Ministerie (OM) in de procedure.
De moeder is veroordeeld voor poging tot moord en zware mishandeling van een van de kinderen en verblijft in detentie. De ondertoezichtstelling is reeds meerdere malen verlengd en het verzoek tot verlenging voor een jaar werd door de gecertificeerde instelling (GI) ondersteund. Het hof oordeelt dat het hoger beroep slechts ontvankelijk is voor het reeds toegewezen deel tot 1 november 2024 en bekrachtigt deze beschikking.
De ouders stelden dat de rechtbank het fundamentele recht op hoor en wederhoor schond door partijen niet te laten reageren op een brief van de raad voor de kinderbescherming. Het hof stelt vast dat dit inderdaad een schending van artikel 19 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro is, maar dat deze omissie in hoger beroep is hersteld, zodat vernietiging niet aan de orde is.
Verder oordeelt het hof dat het OM op grond van de wet bevoegd is om verzoeken in civiele jeugdzaken in te dienen en als belanghebbende te worden aangemerkt. Het verzoek van de ouders om het OM te veroordelen in proceskosten wordt afgewezen omdat het OM het verzoek tot schorsing van het gezag tijdig heeft ingetrokken.
De slotsom is dat het hof de bestreden beschikking bekrachtigt en het overige verzoek afwijst.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling tot 1 november 2024 en bevestigt de bevoegdheid van het OM als belanghebbende in civiele jeugdzaken.