Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerden],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen voormalige buren over overlast en vermeende onrechtmatige gedragingen. [Appellanten] vorderen aansprakelijkheid en schadevergoeding van €1.373,35 voor schade aan hun houten schuur veroorzaakt door beits en een klimplant die door [geïntimeerden] zijn aangebracht. [Geïntimeerden] vorderen op hun beurt €17.000 schadevergoeding wegens vermeende waardevermindering van hun woning door onrechtmatige uitlatingen van [appellanten].
Het hof oordeelt dat de houten schuur geheel op het perceel van [geïntimeerden] staat en dat de beits in overleg met [appellanten] is aangebracht, waardoor geen onrechtmatige inbreuk op eigendom is. De stellingen over ondeugdelijke behandeling van de houten wand zijn onvoldoende onderbouwd en het bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd. Ook de bewering dat de klimplant schade veroorzaakt is onvoldoende aangetoond.
Ten aanzien van de vermeende onrechtmatige uitlatingen aan potentiële kopers is niet aannemelijk gemaakt dat deze uitlatingen de grenzen van het maatschappelijk verkeer overschreden of dat zij de koper hebben doen afzien van de koop. Andere redenen voor het afzien van de koop zijn niet uitgesloten.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland wordt bekrachtigd. Iedere partij draagt zijn eigen proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van beide partijen af, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.