ECLI:NL:GHARL:2024:5412

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
Wahv 200.335.422/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 4 lid 3 WahvArt. 6 EVRMArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden met matiging wegens termijnoverschrijding

De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A67. Hij voerde aan dat hij geen telefoon vasthield maar een pakje kauwgom en betwistte de juistheid van de verklaring van de agenten. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond.

In hoger beroep oordeelt het hof dat de verklaring van de ambtenaren voldoende betrouwbaar is en dat de betrokkene onvoldoende concrete feiten aandraagt om twijfel te zaaien. Het hof stelt vast dat de gedraging is verricht. Daarnaast is de redelijke termijn van berechting overschreden, maar deze overschrijding kan de betrokkene niet worden toegerekend omdat hij zelf om uitstel had gevraagd.

Het hof vernietigt daarom de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en matigt het sanctiebedrag van €250 naar €125. Tevens wordt bepaald dat teveel gestelde zekerheid wordt gerestitueerd.

Uitkomst: Sanctie voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden gematigd naar €125 wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.335.422/01
CJIB-nummer
: 240135769
Uitspraak d.d.
: 27 augustus 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 31 oktober 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
Op 1 februari 2024 is een brief van de advocaat-generaal ontvangen waarin is medegedeeld dat het bedrag van de sanctie met 25 procent wordt gematigd.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 maart 2021 om 16.38 uur op de A67 in Eersel met het voertuig met het kenteken
[kenteken] .
2. Bij beslissing van 1 februari 2024 heeft de advocaat-generaal het bedrag van de sanctie wegens schending van de hoorplicht met 25 procent gematigd. Deze beslissing betreft een beslissing als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht die strekt ter vervanging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Het bedrag van de sanctie bedraagt dan € 187,50.
3. De betrokkene voert aan dat hij zich benadeeld voelt door de handelswijze. Het is woord tegen woord waarbij de burger klaarblijkelijk op voorhand geen gelijk heeft. Zijn argumenten zijn simpelweg aan de kant geschoven met het argument dat de agent ook een uitgebreide verklaring had gegeven. Door de vertegenwoordiger van de officier van justitie werd gezegd dat dit ongebruikelijk is en het daardoor aannemelijk is dat het klopt. De betrokkene voert aan dat hij zeker geen telefoon vasthield maar een pakje kauwgom. Dit heeft hij bij de staandehouding direct kenbaar gemaakt. De agent wilde hem niet het voordeel van de twijfel geven omdat zijn telefoon niet op stand-by stond, maar hij gebruikt Flitsmeister en dan gaat de telefoon niet op stand-by. De betrokkene vindt dit een uiterst vreemde gang van zaken. Hij schrijft verder dat de politie hem in volle vaart (te hard) voorbijkwam en dit nooit goed beoordeeld kan hebben. De betrokkene heeft ook geen afschrift van de boete of andere vorm van bewijs gekregen. De redenering dat de agent het geconstateerd heeft gaat eraan voorbij dat deze het mogelijkerwijs verkeerd gezien heeft. Voor zover de betrokkene weet had ook het type en de kleur van de telefoon genoteerd moeten worden. Tijdens de zitting werd hem tot twee keer toe verteld dat het niet verstandig is om tijdens het rijden kauwgom te pakken, maar dat is niet verboden en dus geen argument in deze zaak. Verder werd op de zitting aangegeven dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, maar omdat de betrokkene de eerste keer de afspraak had verzet was dat blijkbaar zijn schuld. Dit had hij netjes geregeld en vervolgens wordt het hem blijkbaar aangerekend dat er bijna twee jaar overheen gaat voor hij opnieuw voor kan komen. Al met al is de betrokkene van mening dat hij recht heeft op volledige vrijspraak.
4. Anders dan de betrokkene kennelijk meent, is het niet zo dat de ambtenaar altijd in het gelijk wordt gesteld en op zijn woord wordt geloofd. Als de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden, is diens verklaring een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Of de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden is ervan afhankelijk of de betrokkene specifieke feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van die verklaring dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. De betrokkene hoeft dus niet het bewijs van zijn onschuld te leveren, maar van de betrokkene mag wel worden verwacht dat hij door middel van concrete feiten en omstandigheden een begin van twijfel aan de juistheid van de verklaring van de ambtenaar aandraagt.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Tijdens de surveillance en het toezicht op verkeer en veiligheid zagen wij de bestuurder van het motorvoertuig zoals vernoemd in dit proces-verbaal slingerend rijgedrag vertonen. Wij verbalisanten zagen dat de bestuurder van dit motorvoertuig met de twee wielen aan de rechterzijde tegen de doorgetrokken streep van de rijstrook reed. Hierop haalden wij dit motorvoertuig langzaam in, hadden wij tijdens het langzaam passeren gedurende 2 seconden van dit motorvoertuig direct en onverhinderd zicht op de bestuurder en zagen dat deze een mobiel apparaat in de rechterhand vast hield ter hoogte van het stuurwiel en op het display aan het kijken was. Wij herkenden dit mobiele apparaat aan de hand van de reflectie van het display en het formaat van het mobiele apparaat. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiel apparaat betrof dat ik herkende als het apparaat dat de bestuurder rijdend heeft vastgehouden.
Tijdens de staandehouding van betrokkene zagen wij verbalisanten dat betrokkene het mobiele apparaat inmiddels in een compartiment van het middenconsole had geplaatst, rechts van een eveneens in dit middenconsole rechtop geplaatst pakje kauwgom.
Wij verbalisanten zagen dat het display van dit mobiele apparaat oplichtte en niet in de standby stand stond. Ik verbalisant [naam1] zag tijdens de conversatie met betrokkene dat enkele minuten later het display niet meer oplichtte en dat het mobiele apparaat nu wel in de spaarstand schakelde, waardoor het display donker werd.”
6. Het hof ziet in wat de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaren, die hebben gezien dat de betrokkene een telefoon vasthield tijdens het rijden. De ambtenaren hebben verklaard dat zij direct en onbelemmerd zicht in het voertuig hadden en dat ze een apparaat met oplichtend display zagen, dus het hof acht het niet aannemelijk dat ze zich vergist hebben. In het licht daarvan ziet het hof in de stelling van de betrokkene dat hij een pakje kauwgom vasthad geen aanleiding om de verklaring van de ambtenaren terzijde te schuiven. Hoewel het bij soortgelijke gedragingen vaak voorkomt dat een type en/of kleur van de telefoon wordt genoteerd door de ambtenaar, is het voor de vaststelling van de gedraging niet noodzakelijk. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.
7. Voor zover de betrokkene heeft aangevoerd dat hij ten onrechte geen aankondiging van beschikking heeft gekregen bij de staandehouding overweegt het hof dat artikel 4, derde lid, van de Wahv bepaalt dat een aankondiging van beschikking kan worden uitgereikt aan degene tot wie zij zich richt of kan worden achtergelaten in of aan het motorrijtuig. Deze bepaling geeft de ambtenaar de mogelijkheid om een aankondiging van beschikking te geven, maar verplicht hem daartoe niet. Dat in dit geval enkel de boete is aangezegd maar geen aankondiging van beschikking is uitgereikt leidt niet tot het achterwege laten van de sanctie.
8. Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is het hof, anders dan de kantonrechter, van oordeel dat die termijn is overschreden en het sanctiebedrag daarom gematigd moet worden. De termijn van berechting is aangevangen op 24 maart 2021, toen de betrokkene werd staandegehouden. De behandeling van de zaak bij de kantonrechter stond in eerste instantie gepland op 10 november 2022 en is op verzoek van de betrokkene aangehouden. De betrokkene heeft via een mail aan de rechtbank op 12 juni 2023 en op 24 augustus 2023 nagevraagd wanneer de zaak behandeld ging worden. Per brief van 2 oktober 2023 is hij vervolgens uitgenodigd voor de behandeling van de zaak op
31 oktober 2023. Gelet op deze gang van zaken kan niet gezegd worden dat de omstandigheid dat de betrokkene om aanhouding van de behandeling van de zaak heeft verzocht, maakt dat de overschrijding van de termijn aan de betrokkene is toe te rekenen. Gelet hierop zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
9. Het voorgaande leidt tot onderstaande beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in
€ 125,-;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.