ECLI:NL:GHARL:2024:5366

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 augustus 2024
Publicatiedatum
22 augustus 2024
Zaaknummer
Wahv 200.339.601/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 13a Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie kentekenhouder wegens rechts inhalen ondanks heimelijke bewaking

De betrokkene kreeg een sanctie van €250 opgelegd voor rechts inhalen op 26 april 2022 in Amsterdam. De kantonrechter wees het beroep van de betrokkene tegen deze sanctie af en weigerde proceskostenvergoeding. De betrokkene ging in hoger beroep.

De betrokkene ontkende de gedraging, maar gaf geen onderbouwing. Het hof vond de gegevens in het zaakoverzicht voldoende om de gedraging vast te stellen. De betrokkene stelde dat de ambtenaar ten onrechte geen staandehouding verrichtte vanwege een heimelijke dienst, maar het hof vond dat de verklaring van de ambtenaar hierover voldoende was.

Volgens artikel 5 Wahv Pro mag een sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd als de bestuurder niet staande kon worden gehouden. De ambtenaar was bezig met het heimelijk bewaken van een persoon, waardoor staandehouding redelijkerwijs niet mogelijk was. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €250 aan de kentekenhouder en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.339.601/01
CJIB-nummer
: 249018602
Uitspraak d.d.
: 22 augustus 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “rechts inhalen waar dat verboden is”. Deze gedraging zou zijn verricht op
26 april 2022 om 12:33 uur op de IJburglaan in Amsterdam met het voertuig met het kenteken
[kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat de betrokkene de gedraging ontkent, maar geeft hiervoor geen argumenten. De gegevens in het zaakoverzicht bieden voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. De enkele ontkenning van de gedraging is onvoldoende om hieraan te twijfelen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
3. De gemachtigde voert verder aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat geen reële mogelijkheid bestond om de betrokkene staande te houden. De verklaring van de verbalisant dat hij was belast met een ‘heimelijke dienst voor bewakingseenheid’ en de toevoeging in het aanvullend proces-verbaal dat hij was belast met het bewaken van een persoon is daartoe niet voldoende. De verbalisant heeft op geen inzicht gegeven op welke manier zijn heimelijke dienst een belemmering vormde om de betrokkene staan te houden. De gemachtigde verwijst hierbij naar een arrest van het hof van 8 september 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:7087).
4. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene middels de bushalte met hoge snelheid een auto inhaalde.
Reden geen staandehouding: heimelijke dienst voor de bewakingseenheid. (…).”
6. Voorts bevindt zich in het dossier een aanvullend proces-verbaal d.d. 18 juni 2022, waarin de ambtenaar, voor zover relevant, het volgende verklaart:
“Ik, verbalisant [naam1] , doe werkzaamheden voor de bewakingseenheid. Dit gebeurt heimelijk en was belast met het bewaken van een persoon. (…).”
7. De ambtenaar verklaart dat hij geen staandehouding kon verrichten, omdat hij bezig was met het heimelijk bewaken van een persoon. Dit impliceert prioriteit boven staandehouding van de betrokkene in deze zaak. Dit betekent dat de bestuurder redelijkerwijs niet kon worden staandegehouden en dat terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. De aangevoerde grond faalt.
8. Het voorgaande betekent dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen. Er bestaat geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Daarom komt het hof niet toe aan de beoordeling van de vraag of artikel 13a, vijfde lid (het hof begrijpt: derde en vierde lid), van de Wahv, waarin is bepaald dat uitbetaling van de proceskosten dient plaats te vinden op de bankrekening van de betrokkene, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.