ECLI:NL:GHARL:2024:5241
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gevangenhouding en gevangenneming na afloop bewaring wegens termijnverzuim
Verdachte werd op 19 december 2022 in verzekering gesteld en op 22 december 2022 in bewaring genomen, welke bewaring op 5 augustus 2024 eindigde. De rechtbank veroordeelde verdachte op 18 juli 2024 tot 5 jaar en 4 maanden gevangenisstraf wegens meervoudige mishandeling met voorbedachten rade. Na hervatting van de bewaring op 22 juli 2024 stelde de advocaat-generaal op 9 augustus 2024 een vordering in tot gevangenhouding dan wel gevangenneming wegens termijnverzuim.
Het hof oordeelde dat gevangenhouding niet mogelijk is omdat de bewaring al was geëindigd en dat gevangenneming op grond van artikel 66a Sv niet van toepassing is omdat de opgelegde straf lager is dan acht jaar. De advocaat-generaal stelde dat artikel 66a Sv analoog toegepast moest worden, maar het hof verwierp dit. De bewaring is immers tijdelijk en niet verlengbaar zoals gevangenhouding of gevangenneming.
De vordering van de advocaat-generaal werd daarom afgewezen. Het hof benadrukte het belang van het bewaken van de wettelijke grenzen van artikel 66a Sv en verwees naar relevante jurisprudentie van de Hoge Raad. De verdediging had zich achter het oordeel van het hof geschaard en verdachte was niet ter zitting verschenen.
Uitkomst: De vordering tot gevangenhouding en gevangenneming van verdachte wordt afgewezen omdat de bewaring is geëindigd en artikel 66a Sv niet van toepassing is bij een straf lager dan acht jaar.