ECLI:NL:GHARL:2024:49

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 januari 2024
Publicatiedatum
3 januari 2024
Zaaknummer
200.327.153/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 154b GemeentewetArt. 8 Afvalstoffenverordening 2009
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestuurlijke boete wegens niet op juiste wijze aanbieden huishoudelijk afval

Eiseres werd een bestuurlijke boete van €500,- opgelegd wegens het niet correct aanbieden van huishoudelijk afval op 2 augustus 2021 nabij een ondergrondse container in Amsterdam. De boete werd gematigd naar €475,- bij de beslissing op bezwaar. Het overtredingsrapport vermeldde dat een kartonnen doos met een adressticker van eiseres naast de container was aangetroffen.

Eiseres voerde aan dat zij het karton niet zelf had achtergelaten maar dat het afvalverwerkingsbedrijf het die ochtend had opgehaald. Zij overlegde een factuur ter onderbouwing. Het hof oordeelde dat het bewijsvermoeden dat degene tot wie het afval kan worden herleid ook de overtreder is, door eiseres was weerlegd. Verweerder had geen aanvullend bewijs geleverd.

Daarom kon eiseres niet als overtreder worden aangemerkt en kon de boete niet in stand blijven. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de boetebeschikking.

Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vernietigd omdat eiseres het bewijsvermoeden van overtreder zijn heeft weerlegd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: GEMW 200.327.153/01
Uitspraak d.d.
: 3 januari 2024
Arrestop het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 februari 2023, betreffende

[eiseres] B.V. (hierna: eiseres),

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
De gemachtigde van de betrokkene is [naam1] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van eiseres ongegrond verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna te noemen: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiseres op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerk [nummer1] .

Het verloop van de procedure

Eiseres heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Verweerder heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van eiseres wijst er op dat verweerder niet heeft voldaan aan de wettelijke beslistermijn. Dit moet leiden tot niet-ontvankelijkheid.
2. Het hof begrijpt deze grond aldus dat de gemachtigde meent dat de opgelegde bestuurlijke boete niet in stand kan blijven omdat niet tijdig is beslist op het bezwaarschrift.
3. Deze grond slaagt niet. De omstandigheid dat verweerder niet tijdig heeft beslist op het bezwaarschrift heeft geen gevolgen voor de inhoud van de door verweerder op het bezwaarschrift te nemen beslissing. Het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift door verweerder maakt slechts dat middelen open staan om het nemen van die beslissing te bespoedigen, te weten het instellen van beroep bij de kantonrechter tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift en het in gebreke stellen van verweerder. Dit laatste heeft eiseres gedaan. Verweerder heeft de verschuldigdheid en de hoogte van de door verweerder verbeurde dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar vastgesteld.
4. Aan eiseres is een bestuurlijke boete opgelegd van € 500,- voor overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent afvalstoffen (Afvalstoffenverordening 2009, hierna: de Afvalstoffenverordening). De overtreding zou zijn begaan op 2 augustus 2021 ter hoogte van de [adres] in Amsterdam. Bij de beslissing op het bezwaarschrift is de bestuurlijke boete gematigd naar € 475,-.
5. Artikel 8, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening luidt als volgt:
“Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, vierde lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening of brengdepot is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan met behulp van het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening of het betreffende brengdepot.”
6. In een door of onder verantwoordelijkheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar opgesteld overtredingsrapport is door deze ambtenaar de volgende verklaring opgenomen:
“Ik zag dat op bovengenoemde locatie huishoudelijk afval, te weten één kartonnen doos, niet op de voorgeschreven wijze werd aangeboden ter inzameling via een inzamelvoorziening voor een groep percelen, te weten [adres] . De wijze waarop het afval werd aangeboden was: naast de ondergrondse afvalcontainer geplaatst en achtergelaten. Het feit dat de overtreder dit afval aanbood bleek mij uit de adressticker met de gegevens van de betrokkene geplakt op die kartonnen doos.”
7. Het overtredingsrapport bevat verder een aantal foto’s. Hierop is een ondergrondse container te zien waar een opgevouwen kartonnen doos naast ligt. Deze kartonnen door bevat een adressticker waarop de naam van eiseres staat.
8. De gemachtigde van eiseres voert aan dat eiseres het karton niet ter plaatse heeft achtergelaten. Zij laat het karton elke maandagochtend door afvalverwerkingsbedrijf PreZero ophalen. Het karton dat door de toezichthouders is aangetroffen, was dezelfde ochtend opgehaald. De gemachtigde verwijst naar de overgelegde factuur van augustus 2021 van PreZero. Het komt regelmatig voor dat voorbijgangers of de buren een leeg karton meenemen. Het vermoeden van de gemachtigde is dat iemand anders het karton alsnog naast de papiercontainer heeft achtergelaten. Ook zou het kunnen dat het afvalverwerkingsbedrijf de papiercontainer van eiseres niet goed heeft geleegd en dat één stuk karton op straat is beland, waarna een voorbijganger het bij de ondergrondse afvalcontainer heeft geplaatst.
9. Niet in geding is dat op voormelde datum, tijd en plaats een kartonnen door is aangetroffen naast een afvalcontainer met daarop een sticker met de naam van eiseres.
10. Gelet op wat is aangevoerd ziet het hof zich voor de vraag gesteld of eiseres als overtreder kan worden aangemerkt. In dat verband is van belang dat in de regel mag worden aangenomen dat de (rechts)persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, ook de overtreder is. Dat is anders indien die persoon aannemelijk maakt dat zij niet degene is geweest die het te handhaven voorschrift heeft geschonden. Naast de fysieke overtreder kan onder omstandigheden ook degene die de overtreding niet zelf feitelijk begaat, maar aan wie de handeling wel is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en dus als overtreder worden aangemerkt (vgl. de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 11 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3447).
11. Verweerder heeft op basis van de gegevens op de sticker geconcludeerd dat de kartonnen tot eiseres kan worden herleid en haar als overtreder aangemerkt.
12. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt, door middel van het overleggen van een factuur, dat elke maandagochtend karton bij eiseres wordt opgehaald door een afvalverwerkingsbedrijf. Het hof acht aannemelijk dat ook het karton dat op maandag 2 augustus 2021 naast de ondergrondse afvalcontainer is aangetroffen, door eiseres is aangeboden om te worden opgehaald door het afvalverwerkingsbedrijf. Niet valt niet in te zien waarom eiseres het karton naast de ondergrondse afvalcontainer een straat verderop achter zou laten. Het bewijsvermoeden, dat degene tot wie de afvalstoffen kunnen worden herleid ook de overtreder is van het gehandhaafde voorschrift, is hiermee door eiseres weerlegd. Dit betekent dat verweerder niet langer kan volstaan met een beroep op dit bewijsvermoeden. Meer dan dit heeft verweerder niet naar voren gebracht. Gelet daarop heeft verweerder eiseres ten onrechte als overtreder aangemerkt.
13. De aan eiseres opgelegde boete kan gelet op het voorgaande niet in stand blijven. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing op bezwaar gegrond en vernietigt die beslissing;
vernietigt de beschikking waarbij de bestuurlijke boete aan eiseres is opgelegd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.