Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: [verzoekster] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak in hoger beroep staat het verzoek van verzoekster centraal om haar bewindvoerder te ontslaan en een opvolgend bewindvoerder te benoemen. De kantonrechter had dit verzoek afgewezen. Verzoekster, die lijdt aan niet aangeboren hersenletsel (NAH), ervoer ernstige stress en paniek toen zij in april 2023 geconfronteerd werd met een incassobureau vanwege een oude factuur. Zij voelde zich onvoldoende begrepen door de bewindvoerder, wat leidde tot een vertrouwensbreuk.
De bewindvoerder stelde dat zij correct had gehandeld en dat het probleem was veroorzaakt door haar voorganger. Ondanks dat het openstaande bedrag was voldaan, ontkende zij dat er gewichtige redenen waren voor ontslag. De oudste zus van verzoekster ondersteunde het verzoek en benadrukte de impact van de situatie op verzoeksters mentale gezondheid.
Het hof oordeelde dat de bewindvoerder onvoldoende rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheden van verzoekster, waardoor het vertrouwen onherstelbaar was beschadigd. Gezien de combinatie van NAH en schuldenverleden achtte het hof ontslag van de bewindvoerder een gewichtige reden. Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter, verleende ontslag met ingang van 1 augustus 2024 en benoemde een opvolgend bewindvoerder die beter aansluit bij de behoeften van verzoekster.
Uitkomst: Het hof verleent ontslag aan de bewindvoerder wegens gewichtige redenen en benoemt een opvolgend bewindvoerder passend bij verzoekster met NAH.