Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van een minderjarige, geboren in 2015, is in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de kinderrechter tot uithuisplaatsing van haar kind. De kinderrechter had de ondertoezichtstelling verlengd en de uithuisplaatsing tot 16 augustus 2024 gemachtigd. De moeder trok haar beroep tegen de beschikking van 9 februari 2024 in, maar verzocht vernietiging van de beschikking van 23 februari 2024 en wilde deelname aan het KINGS-traject afdwingen en een contra-expertise laten uitvoeren.
Het hof overweegt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, die zorgelijk gedrag vertoont en een problematische gehechtheidsrelatie heeft. Ondanks intensieve begeleiding is de thuissituatie onhoudbaar en verbetering onvoldoende. De moeder erkent dit en het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over.
Het verzoek van de moeder om deelname aan het KINGS-traject wordt afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag. Het verzoek tot een onafhankelijk deskundigenonderzoek (contra-expertise) wordt eveneens afgewezen omdat dit te belastend zou zijn voor het kind, dat recent traumabehandeling ondergaat en onzekerheid ervaart over haar vervolgplek.
De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beschikking van 9 februari 2024. De beschikking van 23 februari 2024 wordt bekrachtigd en de overige verzoeken van de moeder worden afgewezen.
Uitkomst: De beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd tot 16 augustus 2024 en het verzoek tot contra-expertise wordt afgewezen.