ECLI:NL:GHARL:2024:4103
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over levering woning en omgangsregeling minderjarige afgewezen
In deze zaak hebben partijen, ouders van twee minderjarigen, hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de voorzieningenrechter over de levering van hun gezamenlijke woning en omgangsregelingen met hun jongste kind.
Tijdens de mondelinge behandeling bereikten partijen overeenstemming over de levering van de woning, waardoor de vorderingen over het exclusieve gebruik van de woning zijn geregeld. De man had daarnaast verzocht om toewijzing van het kind aan hem en een zorg- en contactregeling, maar het hof oordeelde dat er onvoldoende basis is om het kind aan de man toe te vertrouwen. Het kind heeft expliciet bezwaar gemaakt tegen contact vanwege nare herinneringen aan verbaal en fysiek geweld.
Het hof overweegt dat het aan de man is om het vertrouwen van het kind te herstellen, maar zijn houding tegenover de moeder, zus en hulpverlening werkt dit tegen. De overige vorderingen van de man, waaronder een geldvordering en dwangsommen, zijn afgewezen. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter voor het overige.
Uitkomst: Het hof wijst de verzoeken van de man af en bekrachtigt het vonnis over het exclusieve gebruik van de woning.