De vrouw en de man, ouders van drie minderjarige kinderen, zijn in geschil over de hoogte van de kinderalimentatie. De vrouw verzocht om een verhoging van de alimentatie met ingang van 2012 tot 2019 en vanaf 2022, gebaseerd op een vermeende inkomensstijging van de man na beëindiging van diens WSNP-traject.
De rechtbank wees dit verzoek af en veroordeelde de vrouw in de proceskosten. In hoger beroep handhaafde het hof deze beslissing, omdat de vrouw niet voldeed aan haar stelplicht om haar verzoek te onderbouwen met financiële gegevens en berekeningen. Ondanks toezeggingen leverde zij geen recente alimentatieberekening aan en haar stellingen over het inkomen van de man waren onvoldoende onderbouwd.
Het hof oordeelde dat het verzoek van de vrouw als een wijzigingsverzoek moest worden opgevat en dat zij ontvankelijk was, maar inhoudelijk faalde. Tevens wees het hof het verzoek van de vrouw tot terugbetaling van betaalde proceskosten af wegens schending van de twee-conclusieregel. De proceskostenveroordeling van de vrouw werd bevestigd, terwijl de kosten in het incidenteel hoger beroep werden gecompenseerd.