Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
regio Midden,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezaghebbenden over vier minderjarige kinderen die onder toezicht zijn gesteld van de gecertificeerde instelling (GI). De kinderen verblijven met machtiging tot uithuisplaatsing in verschillende gezinshuizen sinds maart en mei 2023.
De kinderrechter verlengde de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot december 2024 en nam daarbij het perspectiefbesluit van de GI mee, waarin werd geconcludeerd dat het perspectief van de kinderen niet meer bij één van de ouders ligt. De moeder kwam in hoger beroep tegen dit oordeel, maar stemde in met de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
Het hof overweegt dat het perspectiefbesluit niet als zelfstandig besluit door de rechter kan worden getoetst en dat de kinderrechter dit oordeel niet als zelfstandige beslissing had mogen beoordelen. Omdat er geen verweer was tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, was toetsing van het perspectiefbesluit niet nodig. Daarom verklaart het hof de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.
Het hof wijst erop dat als de GI het perspectief definitief niet bij de ouders ziet, zij stappen moet zetten richting gezagsbeëindiging. De maatregel van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is dan niet meer passend en de Raad voor de Kinderbescherming moet een onderzoek doen waarin het perspectief kan worden getoetst.
De beschikking is uitgesproken op 23 mei 2024 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen het oordeel over het perspectiefbesluit.